Tijdsbeeld: Landelijke Dagen, hoe het begon

Ooit begonnen als een bijeenkomst voor een honderdtal mensen, inmiddels gegroeid naar een evenement dat in 2013 liefst 2500 bezoekers trok: de Landelijke Dag.

Landelijke Dag 2006 vond plaats in de Vereeniging
De Landelijke Dag in 2006 vond plaats in de Vereeniging

Landelijke Dag toen en nu

Hij is niet meer weg te denken uit het bestaan van Sovon: de Landelijke Dag. Eind november of begin december, steevast op een zaterdag, staat altijd in het teken van een gezellig weerzien met oude bekenden of nieuwe vogelvrienden. Het is soms zo geanimeerd bijpraten dat een deel van het lezingenprogramma erbij inschiet. Dat is jammer, want aan spraakmakende lezingen is nooit gebrek.

Hoe zijn de Landelijke Dagen ontstaan en hoe zagen ze er vroeger uit?

Voorgeschiedenis

Voor de oprichting van Sovon werd de landelijke binding tussen Nederlandse vogelaars grotendeels verzorgd door de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV). Hierbij waren vele lokale werkgroepen aangesloten. Ze opereerden vanaf begin jaren zestig onder de noemer Contactorgaan voor Vogelstudie (Contactorgaan). Als je in die tijd een landelijk onderzoek wilde beginnen, stapje je allereerst op het Contactorgaan af; daar zaten de vogelaars waarvan je het moest hebben.

Van de vele onderzoekjes die begonnen werden, waren er de nodige die belangwekkend materiaal bijeenbrachten. Het vormt een tot op de dag van vandaag onmisbare bron van informatie om veranderingen in de vogelwereld in perspectief te zien. Voorbeelden zijn het onderzoek naar het voorkomen van Fuut en Oeverzwaluw (Herman Leys), Grutto (Theo Mulder),  Roek (Hans Feijen), Geelgors (John Reijnders) en Grauwe Gors (Roel Meijer).

Jaarbijeenkomsten contactorgaan

Het Contactorgaan belegde ieder jaar een landelijke bijeenkomst in Utrecht. Hier werden lezingen verzorgd, de jaarvergadering gehouden en het Verslag Vogelstudie aangeboden. Dit Verslag behelsde een overzicht van de activiteiten van de aangesloten werkgroepen, met zorg samengesteld door Ko Steenman.

Na de oprichting van Sovon in 1973 werd ook de jonge organisatie gelegenheid gegeven om zich op zulke dagen te presenteren.

Contactorgaan fuseert met Sovon

De band tussen het Contactorgaan en Sovon was van begin af aan hecht. Veel Sovon-tellers van het eerste uur kwamen uit kringen van de KNNV en een groot deel van de vogelwerkgroepen deed mee aan de atlasprojecten.

Gezien deze innige band was een fusie een logische stap. Deze ging in per 1 januari 1980.

De daaropvolgende jaarbijeenkomst, officieel de ‘Contactdag Sovon & Contactorgaan’, kan worden beschouwd als eerste Landelijke Dag van Sovon.

Eerste Landelijke Dag

Op 20 december 1980 was het zover. Plaats van handeling was het Botanisch Laboratorium aan de Lange Nieuwstraat 106 in Utrecht. Alle medewerkers aan het Atlasproject voor Winter- en Trekvogels waren uitgenodigd via een nieuwsbrief.  De opkomst was dan ook heel behoorlijk.

Het programma kende elementen die ook nu nog op Landelijke Dagen centraal staan: lezingen over de voortgang van Sovon-projecten (Johan Bekhuis, over de nieuwe Winter- en Trekvogelatlas) en ander landelijk onderzoek (Arend van Dijk, slaapplaatsen van Regenwulp), naast methodologische onderwerpen (Paul Opdam, problemen bij broedvogelinventarisatie) en bevindingen van bevlogen onderzoekers (Rob Bijlsma, broedassociatie tussen Houtduif en Boomvalk).

Daarnaast deden werkgroepen verslag van hun activiteiten, waaronder de werkgroep Nestkasten (door Dick Jonkers) en de werkgroep Vogelsterfte (Nico de Haan).  Joop Buker deed een oproep tot een landelijke muizencensus, om daarmee de fluctuaties in deze o.a. voor roofvogels en uilen belangrijke prooigroep vast te leggen; een initiatief dat helaas nooit helemaal van de grond kwam. De dag werd afgesloten met de film ‘Flight for Survival’.

Locaties

De eerste twee Landelijke Dagen, in 1980 en 1981, vonden plaats in Utrecht. De huisvesting bij de universiteit bleek al snel te krap. Daarom werd in 1982 en 1983 uitgeweken naar Hotel Haarhuis in Arnhem. Tegenover het station en dus goed bereikbaar.

Maar al snel moest wegens ‘overweldigende belangstelling’  - er waren 300 aanwezigen in 1983- worden uitgeweken naar een grotere locatie. Dat werd De Reehorst in Ede/Wageningen. Daar bleef de Landelijke Dag van 1984 tot en met 1991.

De verhuizing van Sovon naar Beek-Ubbergen (1988) was een van de redenen om een andere plek te zoeken. Vanaf 1992 tot en met 2012 zaten we in Nijmegen, afwisselend in de Stadsschouwburg en in de sfeervolle concertzaal van De Vereeniging, en helemaal op het eind in de Refter, zeg maar de mensa van de Radbouduniversiteit. Een tweetal uitstapjes naar De Flint in Amersfoort (1995 en 1999), gekozen vanwege de meer centrale ligging binnen Nederland, vermocht de Nijmeegse traditie niet structureel te doorbreken.

Maar in 2013 was dat misschien wel het geval. Dat jaar verkasten we naar….De Reehorst. En daarmee was de cirkel voorlopig weer rond.

Van kleine chaos naar geoliede machine

De eerste Landelijke Dagen kenden de charme van de improvisatie. Het kostte heel wat voorbereiding om een contactdag voor enkele honderden te organiseren, en je kon niet aan alles denken. Zo ging de lamp van de diaprojector bij een van de eerste lezingen stuk. Wat nu? Geen reservelamp voorhanden, en dus moest iemand van de organisatie te voet op zoek naar een nieuwe lamp bij een Utrechtse fotozaak.

Ook de voorbereiding bij de Sovon-staf was er een van kunst-en-vliegwerk. De avond voor de Landelijke Dag was per definitie een stressvolle, gevuld met het maken van posterborden (onmisbare ingrediënten: schaar en de plakstift) en dia’s (van een met de hand gemaakte kaart of grafiek, in een later stadium rechtstreeks gefotografeerd van beeldscherm; in beide gevallen met een niet altijd leesbaar resultaat).

Vergelijk dat eens met de huidige organisatie.  Al weken van tevoren worden plattegronden en werkschema’s gemaakt en op de dag zelf weet iedere medewerker precies wat hij/zij moet doen…nou ja, meestal dan. De omslag kwam in 1992 toen Ward Hagemeijer als vrijwilliger gevraagd werd een draaiboek te maken voor de Landelijke Dag. Dat draaiboek werd sindsdien eindeloos aangepast en tot in de details verbeterd.

Steeds bredere opzet

De eerste Landelijke Dagen stonden uitsluitend in het teken van vogels. De lezingen werden opgehangen aan een breed te interpreteren thema als: ‘de rol van de veldwaarnemer in ornithologisch onderzoek’ (1982), ‘herkenning van vogels’ (1983), ‘atlas- en ringprojecten’ (1987), ‘het verzamelen van gegevens’ (1988) of ‘de effecten van milieuverandering op vogelpopulaties’ (1989).

Vanaf midden jaren negentig kwam er een parallelprogramma, verzorgd door andere particuliere gegevens verzamelende organisaties (PGO’s). Daar konden liefhebbers van vlinders (Vlinderstichting), planten (FLORON), reptielen en amfibieën (RAVON) of anderszins hun hart ophalen. Het leidde ertoe dat het publiek op de Landelijke Dag gaandeweg gemêleerder werd en dat de neiging die veel vogelaars voelen om hun horizon te verbreden een stimulans kreeg.

Boeken en tijdschriften

In 1982 ontstond het idee van een ‘boekenbeurs’  waarop vogelaars hun overtollige boeken konden ruilen of verkopen. Het was geen doorslaand succes, maar de boekenmarkt – verzorgd door een toenemend aantal winkels en antiquariaten – was vanaf toen een vaste trekpleister. Het is een strategische plek geworden om je nieuwe vogelboek te promoten of te pronken met de nieuwste uitgave van je vogeltijdschrift.

Tweemaal stond Sovon zelf in het middelpunt van de boekenbelangstelling. In 1987 hielden we de net verschenen ‘Atlas van de Nederlandse vogels’ ten doop (in de volksmond: de Winter- en trekvogelatlas). De aanloop was zodanig dat de indrukwekkende stapels snel slonken en inderhaast een auto richting kantoor (destijds in Arnhem) moest gaan om nog wat nieuwe voorraad te halen.

In 2002 was het de verschijning van de nieuwe ‘Atlas van de Nederlandse broedvogels’  die de magneet was. Opnieuw rijen voor de afhaalbalie waar nu – een novum – gepind kon worden.

Partners

De eerste Landelijke Dagen waren officieel de jaarbijeenkomst van Sovon en het Contactorgaan. Al snel verdween het Contactorgaan naar de achtergrond, aangezien Sovon voortaan vrijwel alle vogelaars bundelde. Vanaf midden jaren tachtig waren Vogelbescherming Nederland en de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU) partners in de organisatie. Ze verzorgden daartoe lezingen, waarbij die van Vogelbescherming uiteraard over beschermingsvraagstukken ging, terwijl de NOU een (vaak buitenlandse) spreker aantrok om de dwarsverbanden te illustreren tussen wetenschappelijk onderzoek en de inbreng van vrijwillige vogelaars. Het uitdijend geheel betekende in toenemende mate een aanslag op de financiën. Vanaf eind jaren tachtig werd gezocht naar sponsors. Sindsdien is de firma Zeiss steeds hoofdsponsor van de Landelijke Dag.

Verslagen van de Landelijke Dag

In een aantal (wat oudere) afleveringen van Sovon-Nieuws zijn verslagen opgenomen van de Landelijke Dag.