Mijn moment: Jan-Willem Vergeer

Jan-Willem Vergeer | Fotograaf Harvey van Diek
Jan-Willem Vergeer | Fotograaf Harvey van Diek

Precies een kwart eeuw na de start van de eerste Broedvogelatlas – de reden voor het ontstaan van Sovon – luidde de bel voor de volgende ronde. Jan-Willem Vergeer trad in de voetsporen van de eerste coördinator Ray Teixeira.

Breda en meer

Ik raakte al heel vroeg geïnteresseerd in de vogels. Hoe kon het anders, met drie oudere zussen die actief waren in de Katholieke Jeugdbond voor Natuurstudie (KJN). Zij, en de vriendjes die ze mee naar huis sleepten, introduceerden me in een fascinerende wereld.

De afdeling had een eigen onderkomen, ondernam spannende kampjes in de Biesbosch en de redactie van het lokale blaadje vergaderde bij ons thuis. Ik woonde in Breda, maar bracht van jongs af aan regelmatig weekenden door op Schouwen, in het vakantiehuisje van de familie in Renesse. De vogelwereld daar vond ik trouwens heel wat spannender dan in mijn eigen woonplaats.

Alles vastleggen

De KJN afdeling Breda liep op zeker moment leeg. Maar op Schouwen kreeg ik contact met leden van de lokale vogelwerkgroep. Het idee ontstond om een boek te schrijven over de rijke vogelwereld van Schouwen. Hoewel pas 14, ik zat nog op de Havo, werd ik hierbij betrokken. In 1986 verscheen de ‘Vogels van Schouwen-Duiveland’. Een klassieke avifauna, met veel aandacht voor het verleden.

Het leerde me hoe belangrijk het is om ‘alles’ goed vast te leggen, iets waarbij Peter Meininger en John Beijersbergen een stimulerende rol vervulden. In dat kader zorgde ik ervoor dat het Broedvogel Monitoring Project (BMP) ook op Schouwen begon. Inmiddels een van de oudste tijdreeksen van het land!

Toch niet voor de klas

Na de Havo volgde ik de lerarenopleiding. Ik ging er vanuit dat er voor mij geen werk ‘in de vogels’ te vinden zou zijn. Aan het eind van de opleiding kreeg ik echter de kans om als dienstweigeraar - een van de laatste - bij Provincie Zeeland de bioloog, Gerard van Zuylen, te ondersteunen. Dat betekende inventariseren, data vertoetsen en uitwerken. Het mondde uit in het boek ‘Broedvogels van Zeeland’ (uitgave KNNV) in 1994. Zo kwam ik ook in contact met diverse medewerkers van Sovon, waaronder Fred Hustings en Arend van Dijk.

Thijs Kramer
Thijs Kramer

Regioconsulent

Via de helaas veel te vroeg overleden Thijs Kramer kreeg ik een goede tip: er kwam een baan vrij als regioconsulent voor het Deltagebied bij Vogelbescherming Nederland. Zo belandde ik op het kantoor van de Zeeuwse Milieufederatie, achter een klein bureautje (ten opzichte van het grote bureau van Thijs). Met de ogen van nu moet ik constateren dat de toegevoegde waarde van mij als consulent gering was. Naast mij stond immers Thijs Kramer, de spreekwoordelijke spin in het web en als geen ander op de bres voor het regionale vogelbelang.

Peter Eekelder | Fotograaf Harvey van Diek
PeterEekelder | Fotograaf Harvey van Diek

Naar Sovon

Eind 1997 ontstond de vacature bij Sovon voor een nieuwe atlascoördinator. Bij het sollicitatiegesprek hield ik een presentatie waarin het belang van het atlasproject voor een fictief zaaltje vrijwilligers werd uitgelegd. Dat gebeurde blijkbaar overtuigend genoeg...

Het was een fantastische baan, pittig maar uiteindelijk mijn beste ervaring tot nu toe. Ik vond het vooral mooi om maximaal gebruik te maken van de potentie van Sovon. Een bundeling van vogelwaarnemers, die met een goede aansturing in staat zijn een groot project van de grond te krijgen. Het was echt teamwork, of het nou om zoeken naar financiering of de redactie van het boek ging. Ik had ook een prima assistent in de persoon van Peter Eekelder.

Enerverende tijden

Het was een hele klus om Nederland in slechts drie jaar onderzocht te krijgen. Ik heb leuke herinneringen aan de atlaskampjes die we uitvoerden met collega’s en (andere) vrijwilligers. We streken neer op allerlei plekken in Noord-Friesland, Overijssel en elders. Het was gezellig maar vooral ook enorm efficiënt: witte vlekken op de kaart werkten we in korte tijd weg.

En wat deden de atlasdistrictscoördinatoren hun best! Zonder meer een van de succesfactoren. De nodige ervan hadden een gezin en drukke baan, maar waren toch in staat het werk goed aan te pakken. Alle natuurbeschermingsorganisaties hebben overigens voor de atlas in de buidel getast, ook wat dat betreft was dit een groot succes.

De atlas

Bij mijn eerste optreden op de Landelijke Dag (LD) beloofde ik dat de atlas er op de LD in 2002 zou zijn. Dat werd nog zweten…en pas enkele dagen voor de beloofde datum arriveerden er wat stapels boeken.

Een groot verschil met de eerdere atlas was natuurlijke de stap van papier naar digitaal. Zo konden we zelf in een vloek en een zucht voorlopige kaarten maken. Als tenminste de formulieren vertoetst waren, want het project kwam net te vroeg voor volledig digitale verwerking, zoals nu. Ook het sturen op kwaliteit was nieuw. Het veldwerk was deels gestandaardiseerd, met referentietellingen binnen een vast tijdsbestek. Het was spannend of de waarnemers die standaardisering zouden accepteren. Dat moest steeds goed worden uitgelegd. Maar de resultaten bleken eigenlijk vanaf het eerste jaar boven verwachting goed.

Floor Arts | Fotograaf Harvey van Diek
Floor Arts | Fotograaf Harvey van Diek

Het nieuwe atlasproject

Het nieuwe atlasproject vind ik gaaf. Het is wat gewaagd, aangezien de tijdsspanne tussen de vorige atlas en nu niet zo groot is als bij de vorige keer. Maar het tempo van veranderingen in de vogelwereld dwingt tot een snellere herhaling. De atlas is ook voor andere projecten belangrijk. Zo kijk ik in mijn huidige functie, als coördinator van het BMP, reikhalzend uit naar de resultaten. Ze vormen een ijkpunt waarmee je bijvoorbeeld kunt beoordelen in hoeverre de BMP-resultaten representatief zijn. Ik heb er alle vertrouwen in dat het atlasteam een uitstekend product gaat neerzetten. Ik heb het atlassen overigens niet helemaal losgelaten. In mijn vrije tijd werk ik wat blokken af en daarnaast ben ik, samen met Floor Arts, atlas-DC van Zeeland…

 

Jan-Willem Vergeer