Luit Buurma: "Sovon 1973: crowd sourcing avant la lettre"

Luit Buurma

Het moet ergens in of rondom het natuurbeschermingsjaar 1970 zijn geweest toen ik door Jan Wattel (Universiteit van Amsterdam) en Hans van Balen (Instituut voor Oecologisch Onderzoek) werd verzocht “namens de jeugdbonden” mee te gaan naar Aston Clinton in het Verenigd Koninkrijk. Bij gelegenheid van de afronding van de eerste Engelse broedvogelatlas werd daar een congres gehouden over “Co-ordination and Encouragement of Amateur Ornithology".

Het ging over het toen als verbluffend ervaren succes van de telmethode via atlasblokken: het op gestandaardiseerde wijze stellen van eenvoudige vragen aan zo veel mogelijk vogelaars. Via het bezoek aan 10 x 10 km hokken bleek je zelfs op vakantie in alle uithoeken van de UK nog nuttig te kunnen bijdragen aan de kennis over vogels. Dat zouden we over heel Europa moeten doen. Inmiddels zijn we 43 jaar verder, heeft iedereen een computer en zit de “crowd” in de “cloud”.

Anno 2013 hoef ik crowd sourcing niet meer toe te lichten. Maar tijdens het congres van de British Trust for Ornithology (BTO) raakte ik in een roes van visioenen over ongekende mogelijkheden. En waren de achterblijvers thuis nog lang niet zo ver. Jan, Hans en ik togen rechtstreeks uit het vliegtuig naar het huis van toenmalig voorzitter van de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU) professor Herman Klomp. Daar botsten we tegen de Scylla van de wetenschap en de Charibdis van de vogelaarselite. Dat blokken vullen was geen serieus onderzoek en …wat kun je veel meer opschrijven in het veld dan het plaatsen van een kruisje! Inderdaad: Fred Alleyn kon die avond zwaaien met een pil van een kwantitatieve Atlas van de vogels van Midden Nederland.

Dat rook naar meer; er volgde nog een reeks integrale streekavifauna’s. Maar het zaadje werd die avond in huize Klomp wel in goede potgrond gezet. Na twee jaar onderhandelen met de (toegepaste) wetenschap enerzijds (o.l.v. Jan Rooth, Rijksinstituut voor Natuurbeheer, RIN) en het Contactorgaan voor vogelstudie van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV (de verzamelde vogelwerkgroepen o.l.v. Co Steenman) was het zover: de oprichting van SOVON onder voorzitterschap van Herman Klomp. Mij werd de eer gegund 7 jaar te mogen dienen als secretaris.

De Europese Atlas, waar het de Engelsen toen ook reeds om ging, heeft overigens nog veel langer op zich laten wachten. Dat dreigde tot in de jaren tachtig te sneven in goede bedoelingen maar in 1997 slaagde een gecombineerde inspanning van BTO en SOVON erin om de grotendeels op bestaande databestanden gebaseerde atlas te publiceren. Voor een vergelijkbaar project zijn we nu reeds bezig met een volgende generatie, andere methode, betere dekking, grotere nauwkeurigheid.

Dit is niet de plaats voor verder herkauwen in methodologische beschouwingen. Toch wil ik nog twee voorbeelden van crowd sourcing avant la lettre noemen: de zeetrektelkaart die ik zelf in 1972 introduceerde en wat later de telmethode van de Landelijke Werkgroep Vogeltrektellen (LWVT) zou worden. Beide hadden en hebben nog steeds succes, en de gebruikers gingen gepassioneerd elk huns weegs.

Inmiddels is toch vrijwel al het groepsveldwerk neergestreken in de handen van SOVON en staat er een heel kantoor professionals klaar om de informatiestroom van duizenden vogelliefhebbers in goede banen te leiden. Die stroom is niet meer een simpele rivier maar een vlechtwerk van meanderende informatie. Nog steeds hengelen enerzijds de wetenschap en anderzijds de supervogelaars in dat fascinerende viswater, maar is er bovenal een grote diversiteit van leer- en verwondermomenten voor iedereen.

Inmiddels nader ik mijn pensioen en heb ik in januari braaf mijn tuinvogeltelling uitgevoerd. Ik was nummer 35.126. Dat nummer wordt ons lot, en toch blijft het leuk. Het houdt je met wat geluk op de been, maar zelfs achter het raam in een ziekbed zijn er mogelijkheden. Een telescoop of een telelens doen wonderen. En denk aan 26 april als de wereldpers met camera’s op de Dam staat. Er zwenkt vast wel af en toe een TV-camera omhoog en dan spot je je eerste Gierzwaluw. Leve die koninklijke vogels.

Luit Buurma