Johan Bekhuis: "Die pioniersfase lag mij het meest"

Oktober 1978 zou het veldwerk starten voor de Atlas van winter- en trekvogels, het tweede grote project van het nog zo jonge Sovon. Maar er was een nieuwe algemeen coördinator nodig, ter vervanging van de vertrekkende Ray Teixeira. Het werd Johan Bekhuis. 

Jeugd in Twente

Ik bracht mijn jeugd door in Twente en had een sterke band met de Engbertsdijksvenen. Vroeger haalde mijn familie daar nog de turf vandaan! Ik leerde het gebied kennen in de jaren zestig. Het was een kennismaking met Korhoenders, adders en sterke verhalen van veenarbeiders.

Hier ging ik ook  voor het eerst naar vogels kijken. Ik haalde nesten uit, blies eieren uit, dat was onder de jeugd heel normaal. Kievitseieren smaakten een beetje vies maar waren wel stoer, uitgeblazen, aan een touwtje. Het was een competitie in de buurt om wie er de meeste had.

'Kind van de atlas'

Op de middelbare school nam onze biologieleraar ons mee naar buiten. Naar het kanaal, vlakbij school, maar eens kijken wat er te vinden was. Dat hield de interesse in de biologie levend, zodanig zelfs dat ik begin jaren zeventig biologie ging studeren, in Nijmegen.  

Daar kreeg ik al snel contact met de hardcore vogelaars van de lokale vogelwerkgroep, Robert Kwak, Fred Hustings, Dick Visser, Herman Meekes en anderen. Dit viel samen met  het eerste atlasproject van Sovon.

Dat vormde voor mij de aanleiding om serieus aan de slag te gaan. Ik ben echt ‘een kind van het atlasproject’. Dat je met zijn allen een verspreidingskaart van alle broedvogelsoorten kon maken, iets dat tot dan toe onmogelijk leek, bijna magisch. En het leerde je ook met andere ogen naar het landschap te kijken.  

In dezelfde tijd bleef ik in Twente actief, wat tot een soort herontdekking van de Engbertsdijksvenen leidde.  Een heel droog gebied destijds, er vond zelfs nog vervening plaats. Het veen werd nota bene tot potgrond verwerkt. Ik maakte er de laatste loodjes van het Korhoen mee. Tijd voor actie!

Samen met Staatsbosbeheer zette ik vogeltellingen op. De pleidooien  voor vernatting van het veen hadden gelukkig resultaat, en hoe! Het gebied was een magneet in een droge omgeving. Wonderbaarlijk, al die bijzondere soorten die uit de lucht gekukeld kwamen.

In dienst van Sovon

Na mijn studie moest ik vervangende dienst doen. Net op dat moment zocht Sovon een nieuwe algemeen coördinator, ter vervanging van Ray Teixeira. Zo kwam ik terecht op het Rijksinstituut voor Natuurbeheer in Arnhem, waar Sovon toen nog was gehuisvest.

Mijn belangrijkste taak was de begeleiding van het veldwerk voor de nieuwe atlas. Die zou de verspreiding van vogels jaarrond vastleggen. Het nieuwe tijdperk deed daarbij zijn intrede. De broedvogelatlas was nog ouderwets handwerk; Rob Bijlsma zette met de hand alle afwrijfstippen van de kaarten. Bij de nieuwe atlas (in de volksmond de atlas van winter- en trekvogels) kwam voor het eerst computerwerk om de hoek kijken, iets dat het CBS voor zijn rekening nam.

De nieuwe atlas

Het was vallen en opstaan, met de nodige aanloopproblemen. Computers kenden nog veel kinderziekten en de financiële middelen waren bescheiden bij zowel Sovon als CBS. We moesten jarenlang  wachten voordat we voorlopige resultaten soepel konden terugkoppelen naar de waarnemers.  We maakten nieuwsbrieven, met van die uitgerekte computerkaarten en veel knippen en plakken…een heidense toer.

Maar het coördinerende werk zelf, het enthousiasmeren van grote groepen vogelaars, was heerlijk. Ik vond het een uitdaging om al die fanatiekelingen mee te krijgen. Ik heb in die tijd heel goed ervaren hoe cruciaal de rol van Districtcoördinatoren is, de onmisbare schakel tussen kantoor en veldwerker.

Het eindresultaat, de ‘Wintervogelatlas’ uit 1987, was een groots eerbetoon aan een kolossale collectieve krachttoer van de Nederlandse vogelaars. Het was een tamelijk statische presentatie van gegevens, met een letterlijke weergave per maand van de door de waarnemers verzamelde gegevens. Met de huidige analysetechnieken zou dat flitsender kunnen, met meer aandacht voor  bijvoorbeeld seizoendynamiek. Maar dat is met de kennis van nu.

Als je nu kijkt hoe Sovon de nieuwe atlasprojecten doet, dan is dat om door een ringetje te halen. De digitale omwenteling heeft voor een gigantische impuls gezorgd. De sterke positieve sfeer bij Sovon, als van een grote vriendenclub, met veel enthousiasme, is gelukkig gebleven.

Nieuwe uitdagingen

Johan Bekhuis in de jaren '90
Johan Bekhuis in de jaren '90

Na de atlas werkte ik nog jarenlang aan nieuwe projecten. Het Bijzondere Soorten Project, dat later opging in het Landelijk Soortonderzoek Broedvogels, de Europese broedatlas…er was genoeg te doen!

Toch begon ik stilletjes uit te kijken naar nieuwe uitdagingen. Er was in die tijd  veel aandacht voor soorten met negatieve trends. Altijd weer die focus op de neergaande lijnen…ik werd er wel eens depri van.

Het was een van de aansporingen voor mij om naar stichting Ark te gaan, om aan positieve ombuigingen te gaan werken. Niet bij de pakken neerzitten en de laatste natuurresten krampachtig beschermen maar de boer opgaan, gronden op creatieve wijze verwerven en de natuur zijn gang  laten gaan; geen papier meer maar hectares. Handen en voeten geven aan Plan Ooievaar, met ambitieuze natuurontwikkeling in het rivierengebied.  Tegengas geven aan allen die meenden dat dat niet kon in Nederland: landbouwgrond omzetten in natuur.

De pioniersgeest

Het paste ook wel op een bepaalde manier bij mij. Sovon kwam eind jaren tachtig in een stroomversnelling, met nieuwe grote projecten als de watervogeltellingen. Daarmee was ook een toenemende professionalisering van het bureau nodig.

Niets ten nadele daarvan, maar de pionierfase had  ik juist het leukst gevonden! Dat pioniersgevoel vond ik terug bij Ark, samen met Wouter Helmer en anderen de schouders eronder. De start van het voorbeeldproject Millingerwaard in de Ooijpolder, pal voor mijn deur, was een té leuke kans om te laten liggen.

Ik heb er veel voldoening uit geput en nooit spijt gehad van mijn overstap. Maar ik denk nog met plezier terug aan mijn Sovon-tijd en heb nog goede contacten met waarnemers, ex-DC’s en voormalige collega’s. Grappig dat Sovon en Ark tegenwoordig gebroederlijk naast elkaar zitten, in Natuurplaza!

 

Johan Bekhuis