Het belang van internationale samenwerking

Watervogels storen zich niet aan landsgrenzen maar zijn door hun beperkte biotoopkeus kwetsbaar voor menselijk ingrijpen, van drooglegging van moerassen tot jacht in de overwinteringsgebieden. Toen het systematisch tellen van watervogels opkwam, besefte men maar al te goed het belang van internationale samenwerking. Alleen door de handen ineen te slaan, zou het mogelijk zijn om goede populatieschattingen te maken, populaties adequaat te monitoren en belangrijke gebieden te onderscheiden.

Al in 1937 ontstond de International Waterfowl Inquiry. Deze ging in 1954 over in het International Waterfowl Research Bureau (IWRB), dat flink aan de weg timmerde. Rond 1990 waren al 60 landen aangesloten, uit Europa, Afrika en Azië. Het IWRB zetelde tientallen jaren in Engeland maar kwam in 1995 naar Nederland, onder de naam Wetlands International. Inmiddels was het blikveld verruimd tot de hele wereld.

Gevestigd in Wageningen, stuurt Wetlands International het sterk uitgedijde netwerk van landelijke contactpersonen aan. Het houdt de voortgang van tellingen in de gaten, stelt in samenwerking met soortspecialisten populatieschattingen op en beoordeelt trends op internationaal niveau (‘flyways’).

De gegevens worden onder meer gebruikt voor het vaststellen van 1%-normen: gebieden worden geacht belangrijk voor watervogels te zijn indien er 1% of meer van de flyway-populatie verblijft. De internationale samenwerking maakt het ook mogelijk om te beoordelen of landelijke trends voortkomen uit een populatieverandering dan wel bijvoorbeeld een herverdeling binnen Europa. Het laatste is onder meer het geval bij de Grote Zaagbek.

 

Naar website Wetlands International.