Herinneringen aan de Wylerberg: hoe het begon

Uitstapje naar de Biesbosch (Foto: Fred Hustings)
Bureau Sovon in de Biesbosch. V.l.n.r. M.v.S., J.B., A.v.D., L.v.d.B., F.S. & W.v.B. (zie tekst) (Foto: Fred Hustings)

Het was begin november 1987 en we waren goedgeluimd. We, het bureau van Sovon, vormden een klein en overzichtelijk gezelschap. Je had Johan Bekhuis (‘wintervogelatlas’ en Bijzondere Project-broedvogels; herstellend van langdurige ziekte), Arend van Dijk (Broedvogel Monitoring Project), Rob Lensink (Punt-Transect-Tellingenproject en Landelijke Werkgroep Vogel Trektellen), Robert Kwak (wetenschappelijk medewerker), Frank Saris (bureauhoofd/directeur), Wilma van Benthum (secretaresse), Leon van den Berg (vervangende dienstplicht) en ikzelf (redactie wintervogelatlas). Daarnaast fungeerde de bij Vogelbescherming werkende Marianne van Sprakelaar als een voor enige uren per week bij ons geparkeerde pr-medewerkster avant-la-lettre.

Presentatie atlas

We hadden ons een breuk gewerkt aan de ‘Wintervogelatlas’ die na vele jaren zwoegen eindelijk af was. Tja, alles ging nog met typemachine en correctielak, en werkkaarten en tabellen werden gemaakt bij het Centraal Bureau voor de Statistiek – een hoofdstuk apart! Toen we een goedbezochte perspresentatie hielden in het Bezoekerscentrum de Biesbosch, waren we niet weinig trots.  Dat het boek er überhaupt gekomen was, vonden we een klein wonder, want daar had het lange tijd niet naar uitgezien.

We staken onze verhaaltjes af en werden verblijd met de loftrompet van anderen. Ik herinner me hoe Siegfried Woldhek, directeur van Vogelbescherming, zijn verhaal begon met een vergelijking tussen de volgens velen ‘enorme aantallen’ ganzen (en andere vogels) in Nederland en de (ook toen al) bizarre aantallen kippen, koeien, varkens en mede-Nederlanders op dat vlekje aarde. Na afloop was er een rondvaart door de kreken van de Biesbosch, en toen was het tijd om oostwaarts te gaan. Want er stond iets spannends op het programma!

Op zoek naar eigen huisvesting

Gerard Boere (links) met kenmerkend Wylerbergmozaïek op de achtergrond (Foto: Fred Hustings)
Gerard Boere (links) met kenmerkend Wylerbergmozaïek op de achtergrond (Foto: Fred Hustings)

Gerard Boere, hoge boom bij Staatsbosbeheer (SBB) en nauw betrokken bij Sovon (later ook in het bestuur), had een gouden tip voor ons. We (en dan vooral Frank Saris) waren namelijk al enige tijd op zoek naar eigen kantoorruimte. De twee kamers die ons ter beschikking stonden op het Rijksinstituut voor Natuurbeheer (RIN) in Arnhem, waar Sovon vanaf zijn prille begin gehuisvest was, waren inmiddels bij lange na niet meer toereikend. Bovendien hadden we de indruk dat we langzamerhand wat in de weg zaten. Toen Sovon nog een eenmansfractie was (Ray Teixeira), en later een duo (Johan Bekhuis en Arend van Dijk), was huisvesting bij het RIN geen probleem. Rond 1987 waren we echter een klein instituutje aan het worden en werd het tijd, in het kader van de verzakelijking van de overheid, om meer huisvestingsgeld op tafel te leggen. Het was duidelijk dat we daarmee niet meer ruimte zouden krijgen dan de ondertussen uitpuilende kamertjes.

Veldbezoek aan Wylerberg

Frank had al op verschillende plekken de mogelijkheden tot eigen huisvesting onderzocht, maar het ei van Columbus zat er niet bij. Maar nu, november 1987, dook via Gerard Boere een nieuwe mogelijkheid op: de Wylerberg bij Beek-Ubbergen. Staatsbosbeheer zat wat met het pand in zijn maag. Het uitgestrekte, oorspronkelijk Duitse landgoed de Wylerberg/Duivelsberg was destijds (jaren vijftig) naar SBB gegaan op voorwaarde dat het pand zelf zou blijven bestaan. Particuliere bewoning was uitgesloten en ook onhandig in dit natuurgebied. In de praktijk kende het pand wat tijdelijke bewoners, zoals een opvang voor lastige kinderen, en kreeg de organisatie Das & Boom enige ruimte om een dassenopvang en een kantoortje te beginnen. Eigenlijk zou het SBB niet slecht uitkomen wanneer het pand een kantoorfunctie zou krijgen.

En zo stonden we – bestuur en staf van Sovon, samen passend in enkele auto’s - op een bijzondere novembermiddag de kat uit de boom te kijken op de Wylerberg. Het maakte een uitgeleefde indruk – de bordjes van de ‘Bosbengels’ hingen nog scheef aan de deuren – maar de potenties waren overduidelijk. Wat een enorme ruimte, zelfs als we die zouden moeten delen met Das & Boom (en iemand van de Vlinderstichting in oprichting, zoals zou blijken). Het bestuur zag de charme van een eigen kantoor, en wij vogelaars stonden natuurlijk waarderend te kijken naar de oude bomen, het kwelvijvertje, de hoogstamboomgaard en de aardige weitjes. Dat kwam wel goed...

Verhuizing een feit

Zo ging de kogel snel door de kerk, kon de huur bij het RIN worden opgezegd en verhuisden we in januari 1988. Dat was nog een onderneming apart, waarbij uit de serie hilariteiten vooral is bijgebleven hoe Henk Wessels (bestuur) plots met een losse versnellingspook werd geconfronteerd in het aftandse verhuisbusje. Het naar boven en naar binnen slepen van vele honderden ingepakte ‘Wintervogelatlassen’ was geen sinecure.

Fred hard bezig een luxe kast in te richten (Foto: Wilma van Benthum)
Fred hard bezig een luxe kast in te richten (Foto: Wilma van Benthum)

Inmiddels was het pand zo goed en kwaad als het kon als kantoorruimte ingericht. Dat was voor een groot deel te danken aan de onvermoeibare Rob Lensink, die zijn spierballen nuttig gebruikt had door overal zelfgezaagde kantoorbladen en kasten te plaatsen. Een enkele ‘echte’ kast daartussen werd als het toppunt van luxe beschouwd. Iedereen betrok zijn ruimte (ik meen dat we in het begin vier kamers hadden) en ging aan de slag. Mijn eigen werkplek veranderde door mijn gedoogbeleid al snel in de dump van ieders overtollige boeken en binnengekomen rapporten en tijdschriften, en vormde daarmee het begin van de huidige bibliotheek.

Donker wolkje?

We konden ons geluk niet op. Iedere ochtend liepen we fluitend de heuvel op, begeleid door de uitbundige zang van Glanskoppen en Boomklevers, en we maakten de omgeving onmiddellijk tot een BMP-plotje. De ruimte die we ter beschikking hadden, leek onwezenlijk groot. Dat er in het dorp gemopperd werd over onze komst, kon ons niet schelen. Het verhaal ging dat lokale middenstanders, waarschijnlijk tijdens een borrel, het plan hadden opgevat om het pand zijn oude culturele luister te hergeven. In vervlogen tijden waren er immers pianoconcerten gegeven, en dat was toch een veel sjiekere bestemming dan een vaag zootje ongeregeld in een geïmproviseerd kantoor. De plannen leken beangstigend naderbij te komen toen een delegatie kunsthistorici uit Nijmegen bezig bleek met het inventariseren van de architectonische waarden. Mijn oude studie...Een gesprekje met de aanvoerder, een jaargenoot, suggereerde echter dat het niet zo’n vaart liep met de overname door de lokale middenstand. Nadat die uit de roes ontwaakt was en de cijfers nog eens had doorgenomen, waren de plannen om even een paar ton uit eigen zak te lappen voor een cultureel centrum snel vervlogen.

De burgemeester in de weer met schop en bord (Foto: Fred Hustings)
De burgemeester in de weer met schop en bord (Foto: Fred Hustings)

Opening

We konden dus blijven en op 24 maart 1988 was de officiële opening. De burgemeester van Beek-Ubbergen verrichtte, zijn enthousiasme goed beteugelend, wat handelingen met een schop en een bord, en Paul Opdam (RIN) hield een gloedvol betoog over het belang van vogelmonitoring en Sovon. Daarna zullen er wel borrelnoten geweest zijn en toen we die dag weer naar beneden sjouwden wisten we het zeker: hier zouden we nooit meer weggaan...

 

Fred Hustings

 

Terug naar de beginpagina van deel 10