Computers en kinderziektes

In 1978-83, de jaren van de ‘Winter- en trekvogelatlas’ was de computer nog bepaald geen gemeengoed in Nederland. Slechts weinig bedrijven hadden er een, en voor particulieren was het al helemaal science fiction. Dat verklaart veel van de logistieke problemen bij het tweede atlasproject.

Noodzaak herkend

Het bestuur van Sovon zag al vroeg in dat het gebruik van een computer noodzakelijk was bij het tweede atlasproject. Daarbij zouden immers gedurende 60 maanden (vijf volle jaren) kaarten ingestuurd gaan worden. Met 1767 te onderzoeken atlasblokken (inclusief IJsselmeer en Waddenzee) en duizenden medewerkers (er werden 5000 handleidingen verstrekt) leverde dit een kaartenstroom op die onmogelijk handmatig te verwerken was.

Misschien typerend voor het tijdsgewricht is dat de noodzaak van computermatige verwerking van de gegevens omstandig werd uitgelegd in de projectnieuwsbrief, bedoeld voor medewerkers, van oktober 1979.

Aanloopproblemen

Het CBS beschikte als een van de weinigen in Nederland over een voor die tijd krachtige computer. De problemen bij de verwerking van de kaartenstroom ontstonden, kwamen dan ook niet zozeer door gebrek aan capaciteit als wel ontbrekende ervaring met grootschalige projecten als de nieuwe atlas.

Zo bleek de ontworpen waarneemkaart, waarop medewerkers resultaten invulden, niet goed bruikbaar. Typistes bij het CBS moesten de met de hand ingevulde kaarten overzetten op ponskaarten. De eenzijdig bedrukte kaarten waren echter lastig leesbaar, waardoor vele ponsfouten optraden. Die moesten allemaal handmatig gecorrigeerd worden.

Daarom kwam er een nieuwe, tweezijdig bedrukte en veel beter leesbare kaart. De reeds ingestuurde oude kaarten werden op het CBS eerst overgeschreven op nieuwe kaarten en vervolgens alsnog verponst. Een klus waar 3-4 medewerkers tot en met december 1980, twee jaar na de start van het project, bezig waren…

Kaarten maken een kunst?

Tegenwoordig is het een fluitje van een cent. Ieder met voldoende computerervaring en de juiste softwarepakketten kan in een vloek en een zucht fantastische verspreidingskaarten maken.

Ruim 30 jaar geleden was dat anders. Het maken van verspreidingskaarten was handwerk, waarbij afwrijfstippen zorgvuldig moesten worden aangebracht op een sjabloonkaart.

Het aanbod van het CBS om kaarten te maken, was dan ook zeer welkom. De praktijk was echter weerbarstig. De eerst geproduceerde kaarten zagen er raar uit, met een vervormd Nederland. Gelukkig echter was de techniek gevorderd tegen de tijd dat de teksten voor de atlas geschreven moesten worden.

De vrijwillige soortbeschrijvers voor de atlas kregen pakketten met liefst 72 kaarten per soort (voor iedere maand in de vijfjarige periode, plus samenvattende kaarten). Nog even los van tientallen tabellen…

De eerste computerkaarten uit 1987

De eerste computerkaarten waren wat vervormd