Coördinatie, een woelige geschiedenis

Het Instituut voor Toegepast Biologisch Onderzoek in de Natuur (ITBON) was een overheidsinstelling dat zich richtte op schadelijke soorten (‘plaagsoorten’) en jachtwild, waaronder watervogels.

Mijn Vogels | Albert Beintema
Mijn Vogels | Albert Beintema

In 1969 ging het een fusie aan met het Rijksinstituut voor Veldbiologisch Onderzoek ten behoeve van het Natuurbehoud (RIVON). Dit instituut was gericht op onderzoek in het algemeen, met name in het kader van natuurbehoud. In de woorden van oud-medewerker Albert Beintema (‘Mijn vogels’. Pag. 170): “Zelden zullen twee instituten bijeengeveegd zijn die zo verschilden in aard en cultuur.”

Het door de fusie ontstane nieuwe instituut, het Rijksinstituut voor Natuurbeheer (RIN), werd nog lange tijd geplaagd door tweespalt binnen haar geledingen; men leze het vermakelijke hoofdstuk ‘Instituut’ uit het genoemde boek van Beintema (pag. 166-174). Gaandeweg verminderde de inbreng vanuit de jachtwereld, terwijl die van de natuurbeschermers groeide, passend in het tijdsbeeld van de jaren zeventig.

De watervogeltellingen gedijden bij de inbreng van gedreven individuen die veel tijd in de coördinatie stopten. In de tijd van het ITBON was vooral Jan (J.A.) Eygenraam zeer actief, op het RIN was Leo (L.M.J.) van den Bergh de onvermoeibare motor achter veel van de tellingen.

Gaandeweg begonnen de opvolgers van het RIN - het instituut maakte een bijna niet na te vertellen reeks van fusies en naamsveranderingen door - de interesse in de tellingen te verliezen.

En zo kwam Sovon in beeld als meest logische opvolger. Albert Beintema, Hans Buesink en Leo van den Bergh zetten nog eens alle gegevens op een rijtje in een rapport en een artikel in Limosa. In 1993 was de overdracht van de tellingen een feit, iets waarover de eerste landelijk coördinator Marc van Roomen elders vertelt. De huidige coördinator is Menno Hornman.