Afname en herstel van watervogels: het Veluwemeer

Op het Veluwemeer worden watervogels maandelijks geteld vanaf 1957. Daarmee vormen deze tellingen een van de langste meetreeksen binnen Nederland.

De tellingen documenteren opvallende ontwikkelingen: vanaf eind jaren zestig namen de meeste watervogelsoorten sterk af, om vanaf eind jaren tachtig krachtig te herstellen.

Dit was een gevolg van ernstige watervervuiling en maatregelen om die tegen te gaan. Door waterzuivering daalde de instroom van fosfaten, die voor troebel water zorgden. Massaal wegvangen van Brasem zorgde ervoor dat een andere factor voor vertroebeling, het omwoelen van de bodem, werd tegengegaan. Als gevolg hiervan werd het water weer helder en herstelden kranswieren en allerlei vissoorten zich.

Eind jaren negentig waren er weer ongeveer even veel watervogels op het Veluwemeer als in de jaren vijftig en zestig. Wel was de soortensamenstelling veranderd. Dit heeft deels te maken met ontwikkelingen buiten het gebied, zoals klimaateffecten (waardoor sommige soorten noordelijker blijven overwinteren) en de opkomst van exoten als de Aziatische korfmossel.

 

Lees het artikel in Sovon-Nieuws over het Veluwemeer.