Ray Teixeira: “Het was een gewone baan….”

Ray Teieira lezend in de eerste broedvogelatlas

In 1974 studeerde ik af als bioloog en ging op zoek naar een interessante baan. Net in die tijd zocht Sovon, destijds nog de Stichting Ornithologisch Veldonderzoek Nederland, een coördinator. Om ervoor te zorgen dat het veldwerk van duizenden vogelaars zou resulteren in een geweldig product: de eerste broedvogelatlas van Nederland. Het werd mijn entree in een boeiende wereld.

Het atlasproject zelf was al in 1973 gestart. Die eerste jaren van het project werden, zonder financiering, getrokken door Herman Leys. Hij werkte op het Rijksinstituut voor Natuurbeheer en werd ondersteund door het Dagelijks Bestuur, vijf man sterk. Dit was een vriendenclub, eigenlijk een soort projectteam dat constructieve bijeenkomsten hield. Gedreven mensen die het doel van een broedvogelatlas onderschreven en voor wie Sovon op de kaart moest komen, naast al die andere aanwezige ornithologische clubs…

Prima start

Voor mezelf begon het in maart 1975.  Dat jaar kwam een eerste financiële ondersteuning beschikbaar van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, voor een vijftal jaren. Die mocht ook gebruikt worden voor de uitwerking van de telresultaten. Het Rijksinstituut voor Natuurbeheer bood kantoorruimte aan. Ik kon een prima start maken!

75 Atlasblokken

Tot mijn eerste taken behoorde het begeleiden van de Districtscoördinatoren en het enthousiasmeren van de tellers. Bij dit laatste bleek het uitbrengen van nieuwsbrieven heel effectief. Zo zagen de tellers welke vorderingen gemaakt werden en was het mogelijk om het veldwerk via goede tips verder bij te slijpen. Omdat er in sommige gebieden onvoldoende tellers waren, onderzocht ik elk jaar een aantal ‘openstaande blokken’. In totaal nam ik ongeveer 75 niet of nauwelijks onderzochte atlasblokken voor mijn rekening. Na afronding van het project zocht en vond ik tientallen vrijwillige schrijvers voor soortteksten. Zelf stelde ik teksten op voor soorten waarvoor niemand te vinden was en nam ik de redactie van het boek op me. Het verscheen eind 1979.

Voorzitter Herman Klomp

Ik kwam bij Sovon binnen in een al redelijk lopend geheel. Er heerste veel enthousiasme, een echte pioniersgeest: schouders eronder! Voorzitter Herman Klomp was in die tijd heel belangrijk, altijd uiterst correct, ik had veel achting voor hem. Een voorzitter die echt begreep hoe je het doen moest. Maar ook een die kritiek niet onder stoelen of banken stopte. Meestal had hij dan gelijk en ik heb nooit enige moeite met Klomp gehad.

Argumenten

Het was belangrijk om mensen te kunnen overtuigen. De door ons gekozen veldmethode was nieuw en er waren natuurlijk mensen die het allemaal beter wisten. Zo eigenwijs zelfs dat bijna een hele provincie in het zuidwesten van het land een eigen methode had ontwikkeld Maar we wisten met argumenten te overtuigen. Toen al zag je de latere talenten naar voren komen, lieden die het meteen goed door hadden en hun kans grepen.

AB

Veel discussies werden gevoerd in het Algemeen Bestuur (AB). Dat bestond uit een groep van ruim 20 personen, echte professionele deskundigen naast goede amateurs. Over het algemeen verliepen die discussies wel goed, al duurden de vergaderingen van dit AB wel lang: tenminste tweemaal per jaar een hele zaterdag!

Sovon ging gewoon verder

Toen het project op zijn einde liep, kwam natuurlijk de vraag: hoe nu verder? Al dan niet samengaan met de Nederlandse Ornithologische Unie (NOU), de meest gezaghebbende landelijke vogelclub van dat moment? Die discussie verliep niet vlot, waarbij een duidelijke visie van de zijde van de NOU uitbleef. Wel ontstond meer samenwerking met Vogelbescherming. En dus ging Sovon gewoon verder. Direct aansluitend aan het broedvogel-atlasproject, kwam er een project voor Winter- en Trekvogels. Bovendien werd het Punt-Transect-Tellingenproject (PTT) gestart, het oudste nog lopende monitoringproject van Sovon.

Kweekvijver

Ik kijk met veel genoegen terug op mijn tijd bij Sovon. Op de broedvogelatlas, maar ook op de stevige discussies over hoe het verder moest in ornithologisch Nederland.  Er was een grote bereidheid om er samen voor te gaan. De hartelijkheid, vriendschap, de lol om het tot een succes te maken. Dit heeft de standaard gezet. Die tijd was ook een kweekvijver voor jong talent. Dat nu nog steeds van groot belang blijkt!

Altijd met vogels in de weer

Toch ben ik zelf wat anders gaan doen. Ik had het idee dat het toenmalige politieke klimaat erop uit was om ons soort organisaties dood te laten bloeden. ‘Het moest uit zijn met de subsidiestromen’, volgens minister-president Van Agt. Veel biologen waren werkeloos.  Daarom besloot ik tandheelkunde te gaan studeren, in mijn laatste jaar bij Sovon. Maar ik heb nog jarenlang bestuursfuncties vervuld binnen Sovon en ben altijd met de vogels in de weer gebleven. Zo heb ik, naast diverse telprojecten van Sovon, meegewerkt aan de tweede broedvogelatlas, van 1998-2000, en maakte ik samen met enkele geestverwanten enkele jaren geleden een gedetailleerde Broedvogelatlas van West-Brabant.

 

Ray Teixeira