Frank Saris: “Verhuizing naar de Wylerberg, een succes”

Een jonge Frank SarisHet hele kantoor van Sovon paste lange tijd in drie kamers, welwillend ter beschikking gesteld door het RIN. De verhuizing in 1988 naar een eigen pand op de Wylerberg in Beek-Ubbergen zorgde voor ‘huisvesting met eigen uitstraling’. Een succesfactor.

Huisvesting bij het RIN

Vanaf de oprichting van Sovon genoten we huisvesting bij het Rijksinstituut voor Natuurbeheer (RIN) in Arnhem. Dat geschiedde met gesloten beurzen. Medewerkers van het RIN konden in principe voor niets gebruikmaken van de gegevens, in ruil voor huisvesting en enige ondersteuning. Nou ja enige…de typistes en de postkamer van het RIN zagen ons soms met lede ogen komen wanneer er weer eens een beroep op hen gedaan werd, en bij de kopieermachine slaakte men wel eens een zucht als Sovon aan de slag ging. Desondanks was het een situatie die voor beide partijen heel naturel aanvoelde.

Dat veranderde in 1987, van de ene op de andere dag. Er moest volgens de toenmalige DLO-normen huur worden betaald. Dat zou ruim 20% van onze toenmalige jaarbegroting opslokken. En dat voor drie kamertjes.

We probeerden de directie nog op andere gedachten te brengen, gesteund door medewerkers van het RIN: niets mocht echter baten.

 

Een heel bijzonder pand te huur

Voor genoemde som geld konden we een heel kantoorpand in hartje Arnhem huren dan wel kopen. Maar voor zulke plannen concreet werden, kwam er vanuit het Algemeen Bestuur een gouden tip. Gerard Boere wist dat Staatsbosbeheer (SBB) enige panden leeg had staan, waarvoor moeilijk huurders te vinden waren. Hij noemde o.a. de Wylerberg bij Beek-Ubbergen. Dat pand kende ik van jongsaf aan al heel goed: mijn leukste oma woonde heel lang in Beek en daar kwam ik dus graag. Maar we moesten wel altijd op gepaste afstand blijven van het nog bewoonde pand.

Het had dus altijd iets onbereikbaars gehad. Maar nu werd ons dat zomaar in de schoot geworpen! Een villa op een cultuurhistorisch uitermate interessant landgoed dat tot de Tweede Wereldoorlog Duits gebied was. Na de oorlog was het in het kader van een ‘grenscorrectie’ bij Nederland gekomen en daarna nooit meer teruggegeven, in tegenstelling tot andere ‘grenscorrecties’ in den lande. Het landgoed, inclusief villa en de iets verder weg gelegen boswoning (nog een tijdje als bordeel in bedrijf!) was door SBB voor de Nederlandse staat verworven.

De knoop doorgehakt

We bezochten het pand na afloop van de presentatie van de ‘Winter- en trekvogelatlas’ in oktober 1987 en waren onder de indruk. Het pand oogde wel wat uitgewoond, maar wat een ruimte en wat een omgeving…Binnen een dag hadden we een voorlopig huurcontract, voor een vriendenprijs en met de afspraak dat SBB het pand snel gebruiksklaar zou maken. Heel vooruitziend huurden we ruimte op zowel de begane grond als de eerste etage; de mogelijkheden voor uitbreiding leken legio. De kraakwacht Das en Boom trok zich tegelijk terug in de dienstvertrekken opzij en op zolder.

De eerste inrichting bestond uit een combinatie van zelf getimmerde bureaus en kasten met fraaie Lundia-stellingen. De directeur van het RIN wilde zelfs hoogstpersoonlijk een van onze bureaustoelen lenen, vanwege zijn opspelende hernia. We waren toch niet te beroerd…

Een eigen ‘gezicht’

Inwijding kantoor Wylerberg
De spade gaat de grond in voor de plaatsing van het gezamenlijke bord van Sovon en Das & Boom. De burgemeester van Beek-Ubbergen in actie, 24 maart 1988.

Het hebben van een eigen ‘gezicht’, in de vorm van een ‘eigen’ pand, bleek een gouden greep. Na enige tijd kwamen de opdrachtgevers, zelfs die uit Den Haag, bij óns langs, nadat we aanvankelijk vele jaren de andere kant op waren gegaan. Iedereen kwam graag in ons pand, al was het met openbaar vervoer wat matig te bereiken.

De bijzondere architectuur en schilderachtige locatie van het gebouw, te midden van botanisch bijzondere hooilandjes, bronbosjes en steile hellingen, bleek voor het personeel en de wassende stroom nieuwe medewerkers een inspirerende omgeving. Volgens sommige architecten heeft dat mede te maken met de vorm van de kamers, met hun natuurlijke vormen: kristalvormig, als je er van boven op kijkt.

Verdwenen kunstwerken?

Een van de mysteries van dit pand betrof de kunstcollectie, die in de oorlog zoek was geraakt. Het verhaal ging dat de Duitse eigenaresse (nota bene een nicht van Goering, een van de hoogste nazi’s) de schilderijen had ingemetseld, uit vrees dat haar landgenoten er de hand op zouden leggen: de vele dikke keldermuren vormden een ideale camouflage.

In de avonduurtjes ben ik in het eerste jaar het pand rond gegaan, met meetlint en gedetailleerde bouwtekening. Alle mogelijk holle muren werden nauwkeurig onderzocht. Helaas, al die bekende expressionisten zijn tot op heden zoek: mogelijk hebben kleumende soldaten (ingekwartierd in de laatste fase van de oorlog) hun handen boven werken van Paul Klee en anderen gewarmd…

We moesten dus op een andere manier ons verenigingskapitaal zien te vergaren.

Veel herinneringen

Wylerberg na zware sneeuwval
Wylerberg 2 maart 2006 Na zware sneeuwval zag de omgeving van het kantoor er sprookjesachtig uit. Auto’s konden echter vanwege gladheid beter beneden blijven.

We hebben vele en goede herinneringen aan de Wylerberg. ’s Winters kon het er sprookjesachtig uitzien na een flink pak sneeuw, in het voorjaar daverde het bos van de vogelzang en op mooie dagen was het goed pauzeren op het terras.

Een mindere herinnering is die aan een brandje in de keuken in 1997, net op de dag dat we ons jaarlijkse personeelsuitje op Texel doorbrachten met het tellen van een meeuwenkolonie. Gelukkig geen uitslaande brand, maar wel alles onder het roet. We waren een dikke week verder voordat alles weer op gang begon te komen.

Een dierbare herinnering is die aan het prachtige mozaïek dat onze helaas jong overleden medewerkster Monique Spaaij maakte in het trappenhuis.

Toch verhuisd

Na bijna een kwart eeuw kwam ook aan deze inspirerende huisvesting weer een einde. We waren immers al geruime tijd uit ons jasje gegroeid. Flexwerken, desksharen, alle middelen waren al ingezet. Nieuwe mogelijkheden en samenwerking met andere natuurorganisaties lonkten. Zo kwamen we terecht in het Natuurplaza bij de universiteit in Nijmegen.

Hadden we indertijd met SBB maar één gesprek nodig om het over de huurprijs en inrichting eens te worden, met de bazen van de universiteit kostte dat meer dan twee jaar en misschien wel 100 bijeenkomsten. Inderdaad, het zijn echt andere tijden.