1990 broedvogelmonitoring, hoe het begon en groeide

We hebben als Sovon de broedvogelmonitoring in Nederland natuurlijk niet uitgevonden. Ook ‘vóór onze tijd’ waren er initiatieven om de stand van sommige vogelsoorten bij te houden. Dat ging soms uit van individuele acties.

Jan P. Strijbos
Jan P. Strijbos

De misschien wel eerste min of meer landelijke telling van een verspreid voorkomende soort was de legendarische actie van Jan P. Strijbos in 1910. Met zijn broer doorkruiste hij op de fiets heel Nederland en bracht overal ooievaarsnesten in kaart. Bovendien ondervroegen ze lokale personen of zich ergens nesten bevonden. Het leverde ongeveer 500 ooievaarsnesten op.

Schadelijke soorten

Meestal waren het echter overheidsinstituten die landelijke tellingen probeerden te organiseren. Wanneer overheden zich vroeger met monitoring bemoeiden, was dat aanvankelijk meestal omdat het om (mogelijk) ‘schadelijke’ dieren zou gaan. De periodieke tellingen van de Roek zijn daarvan een goed voorbeeld. Ze toonden een lichte vooruitgang aan in de eerste helft van de 20e eeuw, met kolonies tot 2000 nesten. In de jaren zestig en zeventig volgde echter een diep dal, veroorzaakt door intensieve vervolging en onbedoelde vergiftiging met landbouwmiddelen. Daarvan zou de Roek zich pas na tientallen jaren herstellen.

Jan P. Strijbos
Korhoen | Martin Mollet, Saxifraga

Zelfs de IJsvogel werd in vroeger jaren van schadelijkheid beticht, vanwege zijn aanwezigheid bij viskwekerijen. Ook bejaagbare vogels stonden in de belangstelling, zoals het Korhoen waarvan de oudste landelijke tellingen teruggaan tot de jaren veertig van de 20e eeuw; er zaten toen nog 5000 hanen in ons land!

Geleidelijk aan verschoof het aandachtspunt naar soorten die vanuit natuurbeschermingsoogpunt belangrijk gevonden werden.

Bijna alle monitoring richtte zich op een of enkele soorten, met een deels wisselend net van waarnemers. Jaarlijks herhaalde inventarisaties van vaste gebieden waarbij alle vogelsoorten werden geteld, kwamen pas in de jaren vijftig en zestig op.

Lees meer over de jaarlijkse monitoring van alle broedvogels toentertijd »

Kijken naar de Britten

Binnen de Europese ornithologie liepen de Britten altijd voor de troepen uit. Met atlaswerk, maar ook met monitoring. Waren we in 1984 blij dat we in Nederland een eigen landelijk monitoringproject voor algemene broedvogels kregen, de Britten hadden zo’n programma al dik twee decennia lopen.

Dat gold trouwens voor andere landen evenzeer. Rond 1990 liepen er in negen Europese landen monitoringprojecten om aantalsveranderingen bij algemene broedvogels vast te leggen. De methoden varieerden van broedvogelkartering (zoals BMP, drie landen) tot punttellingen (vijf) of een combinatie daarvan (een, Zweden).

Inmiddels zijn de verschillen kleiner geworden. In de meeste landen zijn nu organisaties actief die aan broedvogelmonitoring doen; kijk maar eens op de website van de European Bird Census Council. Soms monitoren ze ook watervogels of andere wintervogels.

De Britten kregen last van de wet van de remmende voorsprong. Enkele jaren geleden hebben ze namelijk hun Common Birds Census (CBC) omgezet in een nieuw project, de Breeding Bird Survey. Het werd ondoenlijk om de CBC – waarbij de landelijk coördinator handmatig alle veldkaarten omzette in soortkaarten en vervolgens moest invoeren; een titanenklus – nog langer vol te houden. De BBS werkt met een eenvoudiger systeem, waarvan elementen misschien nog wel eens bij ons zullen opduiken.

Autocluster

Interpretatie BMP
Cartoon BMP

Het probleem van de administratieve rompslomp bij het BMP hebben we opgelost. Via Autoclustering kunnen tellers zelf hun gegevens invoeren, waarna de computer aan het eind van de rit in een vloek en een zucht totalen berekent.

Afgelopen zijn de met koffie (of andere dranken) overgoten avonden waarin de teller peinzend wijs probeerde te worden uit kaarten met talloze stippen. Afgelopen ook met de variatie tussen tellers, waarbij de een bijvoorbeeld de veldwaarnemingen heel voorzichtig interpreteert en de ander wat makkelijker.

De computer scheert alles over dezelfde kam en, wright or wrong, zorgt ervoor dat de gegevens beter vergelijkbaar zijn. Tussen tellers, gebieden en jaren.

Het Sovon-ei

Rond 1990 was geen enkele algemene publicatie over het Sovon-onderzoek compleet zonder het ‘Sovon-ei’. Dat gaf in een notendop weer hoe het onderzoek was opgezet: voor broedvogels en niet-broedvogels, en voor zowel algemene als schaarse soorten. Bijzonder aan het Nederlandse programma, in vergelijking met andere landen, was de aandacht voor ‘gewone’ wintervogels en voor schaarse soorten.

Overwinterende watervogels staan van oudsher volop in de belangstelling. In verschillende landen bestaan al tientallen jaren lang telprojecten voor watervogels. Veel minder belangstelling krijgen de gewonere soorten die in velden, bossen en steden overwinteren.

In ons land werd de handschoen opgenomen in 1978 met het Punt-Transect-Tellingenproject (PTT). Hiermee worden op 20 vaste punten langs een route gedurende telkens vijf minuten alle vogels geteld. De telling bestaat nog steeds en is daarmee het oudste monitoringproject van Sovon.

 

Bijzondere Soorten Project

Schaarse soorten zijn lastig om te volgen: ze zijn niet talrijk genoeg om met steekproeven onderzocht te worden (zoals BMP en PTT), maar ook weer niet zo zeldzaam dat landelijke commissies zich met de registratie bezighouden.

We losten dat op met het Bijzondere Soorten Project (BSP), dat twee varianten kende: een voor broedvogels (met een telling in grote proefvlakken, waarbij alleen de bedoelde soorten hoefden te worden onderzocht) en een voor niet-broedvogels (waarbij losse waarnemingen ingezameld werden).

Toentertijd was dat binnen Europa min of meer uniek, en ook nu nog vallen schaarse soorten bij landelijke monitoringprogramma’s min of meer uit de boot. Beide varianten bestaan overigens niet meer in de toenmalige constellatie. Schaarse broedvogels worden nu gevolgd met op deze soorten toegesneden varianten van het BMP. Bij schaarse niet-broedvogels bestaat er nu een samenwerking met Waarneming.nl, de website waar zeer vele vogelaars hun meldingen invoeren.