1988 Een eigen Sovon-smoel

Het eerste Sovon-NieuwsHet jaar 1988 stond voor Sovon in het teken van de verhuizing naar een ‘eigen’ kantoor. Het eigen gezicht kreeg nog meer profiel door de start van Sovon-Nieuws. En wat een rapporten produceerden die vogelaars!

Verhuizen anno 1988

De daadwerkelijke verhuizing van Arnhem naar de Wylerberg vond plaats op woensdag 20 januari 1988. Grote verhuiswagen voor de deur met professionele sjouwers? Nee, het was de mouwen opstropen voor het personeel (acht personen), enkele bestuursleden en vrijwilligers.
Dat ging ook wel, want het kantoor was nog lang niet zo groot als tegenwoordig. Toch was het een hele klus om het woud van opgestapelde dozen met handleidingen, formulieren, waarneemkaarten, systeembakken en ordners uit Arnhem weg te krijgen en heelhuids ‘de berg op’  naar het nieuwe kantoor te brengen. Meest afschrikwekkend was wel de voorraad nog niet verkochte ‘winter- en trekvogelatlassen’ die overgebracht moest worden. Dat ging met eigen auto’s en een geleend busje dat heel wat keren op en neer moest rijden. Dat de versnellingspook  van het busje op zeker moment los kwam te zitten, was niet bevorderlijk voor een vlotte verhuizing.

‘Nog meer eigen smoel’: Sovon-Nieuws

Overzicht 25 jaar Sovon-Nieuws

De verhuizing naar de Wylerberg leverde, zoals Frank Saris elders vertelt, een ‘eigen gezicht’  op voor de nog steeds jonge en kleine organisatie Sovon. In het kader daarvan werd ook een eigen nieuwsbrief in het leven geroepen: Sovon-Nieuws. Deze kwam als vervanger van de wat ongeregelde stroom nieuwsbrieven vanuit de projecten, die maar een deel van de mogelijk geïnteresseerde lezers bediende.

De eerste Sovon-Nieuws, verschenen begin 1988, werd nog met de typemachine uitgetikt in smalle kolommen (om er zeker van te zijn dat alle tekst passen zou), daarna via een bevriende vormgever gefatsoeneerd en vermenigvuldigd. Acht pagina’s, met onder meer een stukje over de Buidelmees (destijds op het punt van doorbreken), impressies van de Landelijke Dag 1987 en een terugblik op de PTT-tellingen in de voorbije winter (met de belofte nooit meer een motto van J.C. Bloem op te nemen: “ Het regent en het is november”).  

Het blad werd gratis verspreid onder de waarnemers (enveloppen adresseren en plakken deden we uiteraard zelf), met een oproep om vrijwillig (omgerekend) twee euro te doneren als bijdrage in de kosten.

Inmiddels zijn we in 2013 met de 26e jaargang bezig. Bekijk de terugblik op de eerste kwart eeuw die is opgenomen in Sovon-Nieuws 25(2012) nummer 1.

Tijdperk van rapporten

Steeds meer rapporten
De bibliotheek van Sovon bevat vele honderden rapporten.

Er zijn nogal wat vogelaars die de neiging hebben om hun bevindingen op schrift te zetten. Een goede zaak, want gegevens die alleen in hoofden en opschrijfboekjes zitten, gaan vroeg of laat verloren. De bibliotheek van Sovon bevat dan ook vele honderden door vrijwilligers gemaakte rapporten: over ‘hun’ onderzoeksterrein, tellingen in de eigen regio, uitwerking van jarenlang verzamelde gegevens of wat dan ook. We blijven ze graag ontvangen en opslaan.

De rapportenstroom is vermoedelijk nooit zo groot geweest als eind jaren tachtig. Veel telwerk werd als ‘nieuw’ ervaren, en daarover wilde men graag lezen en informatie delen. Bovendien werd het vermenigvuldigen en rondsturen van rapporten gefaciliteerd door de overheid, via het Biogeografisch Informatie Centrum (BIC, later opgeheven).

Dat het stenciltijdperk ten einde was en de ouderwetse typemachine vervangen werd door een elektrische – met een geheugen van soms enkele regels, handig bij correcties – was eveneens bevorderlijk. Met bewondering werd gekeken naar de enkeling die al een computer had. Een werkgeheugen van driemaal niks (voor huidige begrippen) en printen duurde tergend lang op een matrixprinter (met eindeloze vellen die altijd wel vastliepen); maar toch!

Geen enkele werkgroep produceerde zo veel rapporten, en zo’n dikke, als de Landelijke Werkgroep Vogel Trektellen (LWVT). Rapporten van 100-200 pagina’s waren de norm, tjokvol  met de hand gemaakte grafieken en met de ‘zakjapanner’ berekende kengetallen. Ze zagen soms niet uit, het gebruikte jargon werd alleen door insiders begrepen en de stelligheid van de uitspraken was wel eens omgekeerd evenredig aan de omvang van de steekproef. Maar wat een inzet en enthousiasme!