Toen en nu: Drie leeuweriken

Toen de eerste Broedvogelatlas in 1979 uitkwam, leverde dat informatie op die inmiddels soms drastisch veranderd is. Dat illustreert de dynamiek binnen het voorkomen van vogels, waarbij soorten komen en gaan, zeker in een snel veranderende wereld. Neem alleen al de drie bij ons broedende leeuweriken.

Kuifleeuwerik: bijna verdwenen stadsbewoner

Kuifleeuwerik | Fotograaf Harvey van Diek
Kuifleeuwerik|Fotograaf: Harvey van Diek

Midden jaren zeventig leek de Kuifleeuwerik een gouden toekomst te hebben. Hij broedde in 36% van de atlasblokken en het aantal broedparen werd geschat op 3000-5000. Vooral op de hoge zandgronden was hij een bekende stadsbewoner, maar dat geldt ook voor steden als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam en de badplaatsen langs de kust.

Parmantig trippelend op korte afstand van het verkeer, met een schuin oog op de gehaaste stadsmens, blijkbaar tevreden met wat parkeerplaatsen, bouwterreinen of een stukje spooremplacement: de Kuifleeuwerik leek de verpersoonlijking van de aan de stad aangepaste vogelsoort.

Maar dat was schijn. Inmiddels zijn er nog maar enkele broedpaartjes in het hele land. Vogelaars uit alle windstreken reizen af om bij een desolaat tankstation nabij Venlo naar een Kuifleeuwerik te staren.

Twee eeuwen geleden kwam de Kuifleeuwerik vermoedelijk niet in Nederland voor. Over enkele jaren zijn we op hetzelfde punt beland. In de tussentijd heeft hij tijdelijk geprofiteerd van de opkomende verstedelijking, maar ging hij ten onder aan veranderingen in de stedenbouw.

Boomleeuwerik: onverwachte veerkracht

  
Boomleeuwerik|Fotograaf: Harvey van Diek

Broedend in slechts 20% van de atlasblokken en met een sterk afnemende stand leken de perspectieven voor de Boomleeuwerik midden jaren zeventig somber. Met slechts 800-900 broedpaartjes (al bleek dat naderhand iets te laag geschat) was het een nogal schaarse broedvogel. We dachten dat hij hoge eisen aan zijn biotoop stelde, maar wisten eigenlijk niet goed waardoor de stand zo hard achteruit ging. Klimaatinvloeden, toenemende recreatie, verdwijnende heidevelden?

Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig kreeg de Boomleeuwerik echter de wind in de rug. De landelijke stand groeide naar 5000-6000 paartjes, nestelend in 26% van de atlasblokken. Sinds de eeuwwisseling is de stand min of meer stabiel.

Het onverwachte herstel hing samen met maatregelen tot heideherstel. Dat vooral in Drenthe en op de Veluwe grote oppervlakten bos omwaaiden bij enkele stormen, was eveneens gunstig. In de nieuwe aanplant konden jarenlang Boomleeuweriken broeden.

Inmiddels is wel duidelijk dat er ook voor de Boomleeuwerik grenzen aan de groei zijn. De vermossing of vergrassing van heidevelden wordt door deze bodembewoner niet gewaardeerd, en intensieve begrazing door schapen evenmin.

Veldleeuwerik: meest verspreide broedvogel gedecimeerd

Veldleeuwerik Ooijpolder | Fotograaf Harvey van Diek (Sovon)
Veldleeuwerik|Fotograaf: Harvey van Diek

Het is bijna niet meer voor te stellen, maar in de broedvogelatlas uit 1979 kwam de Veldleeuwerik naar voren als meest verspreide broedvogel van ons land! Broedend in 98% van de atlasblokken versloeg hij soorten als Merel (97%), Spreeuw en Huismus (beide 96%). De schatting van rond 600.000 broedpaartjes gaf duidelijk aan hoe talrijk deze soort in het boerenland was. Vooral in graslanden waren de dichtheden hoog, op bouwland of op heide lagen ze wat lager. Hoe anders is het tegenwoordig!

De verspreiding rond de eeuwwisseling was nog steeds ruim (91% van de atlasblokken), maar de aantallen waren gekelderd. Met zo’n 60.000 broedpaartjes was de stand letterlijk gedecimeerd. Hoge dichtheden kwamen alleen nog voor op sommige grote heidevelden en hier en daar op bouwland. In veel graslanden was het ontbreken van de zingend omhoog spiralende Veldleeuwerik een pijnlijk gemis.

En sindsdien is het alleen maar verder bergafwaarts gegaan met deze soort, die vermoedelijk ooit met de mens meereisde vanuit de steppen naar het nieuwe cultuurland. Boerenland dat inmiddels zo intensief bewerkt wordt dat er voor de Veldleeuwerik geen broedmogelijkheden overblijven.