Midwintertelling

De midwintertelling is de oudste watervogeltelling van ons land. Gestart in 1967 vormt het onderdeel van een internationale telling in grote delen van Europa, Azië en Afrika. De midwintertelling is in het midden van januari.

Doel

Aantallen en verspreiding van overwinterende watervogels eenmaal per winter zo compleet mogelijk vastleggen.

Welke soorten

Alle watervogelsoorten, inclusief ontsnapte, losgelaten en vrij levende sier- of parkvogels (‘exoten’). Tevens enkele andere soorten die (enigszins) aan water gebonden zijn (voorbeeld Zeearend, IJsvogel)

Werkwijze

De telling vindt plaats in vaste telgebieden:

  • Eenmalige telling, in het weekend het dichtst bij het midden van januari
  • Wateren in telgebied volledig afzoeken (inclusief stedelijk gebied)
  • Alle foeragerende of rustende watervogels tellen
  • Overvliegende watervogels buiten beschouwing laten, tenzij ze uit het telgebied komen of in het telgebied landen

Voor het Waddengebied geldt een aparte strategie:

  • Tellen op internationaal afgesproken datum (soms iets afwijkend van rest van het land)
  • Rond tijdstip van hoogwater
  • Watervogels op hoogwatervluchtplaats tellen

Handleiding

In een speciale handleiding wordt een toelichting gegeven op de werkwijze.

Resultaten

Elke teller ontvangt vlak voor de telling een digitale nieuwsbrief en ongeveer twee jaar later het watervogelrapport. Hierin zijn (ook) de resultaten van de Midwintertelling opgenomen. Een voorlopig verslag verschijnt een jaar na de telling in Sovon-Nieuws.

Kader

De internationale telling wordt gecoördineerd door Wetlands International. De telling in ons land maakt deel uit van het Meetnet Watervogels en vindt plaats binnen het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). In het Nederlandse Waddengebied is de telling afgestemd op die in de Duitse en Deense delen van de Waddenzee, gecoördineerd door het Wadden Sea Secretariat in Wilhelmshaven.

Meedoen

Iedereen met een redelijke kennis van watervogels kan meedoen. Raadpleeg het overzicht van telgebieden die vacant zijn, of neem contact op met een van de regionale coördinatoren.