Zoete wateren

Planologische ingrepen in zoetwatergebieden, zoals grind-, zandwinning en baggerspeciedumpingen hebben gevolgen voor watervogels. In het kader van Natura2000 doelstellingen bepaalt Sovon scenario’s voor ingrepen en zoekt naar verklarende factoren voor de afname van soorten. Daarnaast evalueert Sovon de gevolgen van natuurherstel voor moeras en watervogels.

Projecten

 

Kierbesluit Haringvliet »

In het Haringvliet wordt de getijdenwerking enigszins hersteld. Sovon heeft de betekenis van het Haringvliet voor vogels in beeld gebracht en de gevolgen van het Kierbesluit van sluisbeheer voor de vogelbevolking van het Haringvliet geanalyseerd. 

Monitoring wintervogels Kaliwaal »

De voormalige zandwinplas Kaliwaal bij Druten wordt gebruikt als bergingsdepot voor baggerspecie. Het is ook een belangrijke rust- en slaapplaats voor overwinterende vogels. Sovon houdt deze vogels in de gaten sinds de start van de stortwerkzaamheden in 2003.

Bodemdaling Lauwersmeer »

Het Lauwersmeergebied staat onder invloed van bodemdaling als gevolg van gaswinning. In het kader van de gaswinning is een monitoringprogramma opgesteld waarin verschillende abiotische en biotische parameters worden gevolgd. 

Meetnet zoete rijkswateren »

Sinds 1999 coordineert Sovon op verzoek van Rijkswaterstaat het Broedvogelmeetnet Zoete Rijkswateren. Dit meetnet maakt deel uit van het programma Biologische Monitoring Zoete Rijkswateren, onderdeel van het integrale monitoringprogramma van Rijkswaterstaat.

Monitoring watervogels IJmeer en IJburg »

Sovon startte in 2014 met een verkenning van een geïntegreerde vogel- en botenmonitoring op het IJmeer bij Amsterdam. Deze gegevens zijn bruikbaar bij een beoordeling van het effect van vaarrecreatie op de aanwezige watervogelsoorten in het winterhalfjaar.

Draagkracht Rijntakken voor overwinterende ganzen »

Natura 2000-gebied Rijntakken is van internationale betekenis als overwinteringsgebied voor Grauwe Gans, Kolgans, Toendrarietgans en Brandgans. Sovon ontwikkelde een methode om te bepalen of ruimtelijke ontwikkelingen een negatief effect kunnen hebben op de ganzen.