Predatieonderzoek

Boerenlandvogels zijn de laatste decennia sterk in aantal achteruitgegaan. Verlies aan geschikte broedgebieden en intensivering van het boerenbedrijf vormen belangrijke oorzaken. Daarnaast wordt predatie veelvuldig genoemd. In hoeverre speelt predatie werkelijk een rol, en zo ja door wat?

In Nederland wordt al jarenlang gediscussieerd over de rol van predatie op eieren en kuikens van weidevogels als oorzaak van de afname van aantallen. Soms laait deze discussie in alle hevigheid op. Veel partijen maken zich zorgen over de aanhoudende achteruitgang van weidevogels. Mensen die zich actief bezig houden met bescherming voelen teleurstellingen als ze ontdekken dat de door hen beschermde nesten zijn leeggeplunderd. Predatie is echter een complex probleem. Het zomaar weghalen van predatoren leidt niet per definitie tot hogere overleving. Het kan zelfs averechts werken.  

Projecten

 

Predatieproblematiek bij weidevogels »

Predatie onder weidevogels wordt vaak genoemd als een mogelijke oorzaak voor het uitblijven van succes van agrarisch natuurbeheer. Predatie is een complex probleem. Onderzoek van Sovon heeft het inzicht over de betekenis van predatie voor weidevogels inmiddels vergroot.

Electrisch uitrasteren plasdrasgebieden »

In het voorjaar van 2018 is gestart met een studie naar het effect van elektrisch uitrasteren van percelen in belangrijk weidevogelgebieden. Daarbij is er speciale aandacht voor het uitrasteren van zogenaamde plasdrasgebieden. Bekijk hier een fotoserie van dit onderzoek.

Eerder onderzoek »

Een aantal jaren terug sloegen verschillende overheden, terreinbeheerders en beschermingsorganisaties de handen ineen. Op landelijke schaal werd de variatie in predatiedruk op weidevogellegsels onderzocht aan de hand van gegevens van weidevogelbeschermers in 2000 en 2004.

Beslisboom

Op basis van de huidige kennis over predatie hebben we in 2018 een beslisboom gemaakt die gebruikt kan worden bij de beslissing om wel of geen predatoren te beheren (Van der Wal & Teunissen 2018). In 2020 is deze beslisboom herzien (Teunissen et al, 2020):