Steenuil
Latijnse naam
Athene noctua
Engelse naam
Little Owl
Athene noctua
Little Owl
Athene noctua
Territoriumkartering
Begin februari t/m juli
15 februari t/m 15 april
In de avondschemer (van half uur na zonsondergang) tot middernacht en in de ochtendschemer (anderhalf uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst).
Tussen half februari en half april het telgebied minimaal driemaal afwerken. Op geschikte plekken luisteren naar spontaan roepende vogels, zoniet gebruik maken van geluidsrecorder. Baltsroep (klinkt ongeveer als 'ghuuk') c. 10x achtereen ten gehore brengen en enkele malen herhalen op elk punt. Wacht tenminste vijf minuten en kies dan een volgende plek op ongeveer 250-500 m. Kijk uit voor dubbeltellingen en verplaatsingen en houdt rekening met duet tussen man en vrouw (in elkaar overlopende, gevarieerde roepjes).
Zichtwaarnemingen (niet zelden op schoorsteen zittend!), gegevens van bezette nesten/nestkasten en waarnemingen van derden zoveel mogelijk inpassen.
Alarmroep (o.a. kort 'pieuw') is niet afdoende om territorium vast te stellen. Probeer meer informatie te verzamelen door bezoek overdag en/of navraag bij bewoners. Bedelende jongen (vanaf half juni) met eenlettergrepig krassend geluid (lijkt op contactroep jonge Waterhoentjes).
Nestindicatieve waarneming (nestbezoek, transport voedsel, alarm, pas uitgevlogen jongen) telt altijd.
In geval van adult in broedbiotoop, paar in broedbiotoop, zang en/of balts:
moet er 1 waarneming zijn in de periode 15 februari t/m 15 april
500 m
Vermeldt het aantal nesten in 'natuurlijke' holten en in nestkasten.
Braakballen kenmerkend: klein, in de regel veel resten van insecten (loopkevers) en zand (uit regenwormen) bevattend, gemakkelijk uit elkaar vallend. Ze zijn goed te onderscheiden van de ongeveer even grote braakballen van Torenvalk, die doorgaans een stevige structuur van muizenhaar hebben, met weinig onverteerde skeletdelen (meestal slechts enkele tandjes).
Voor uitgebreide informatie over inventarisatie zie Steenuilen-handleiding van STONE (Bloem et al. 2001), waarmee SOVON gegevens uitwisselt.
Nestelt in agrarisch cultuurland in boomholte, nestkast of nauwe ruimte in gebouw, bijvoorbeeld tussen dakbeschot. Nest is kuiltje met wat braakballen, veerresten of resten nestmateriaal van andere holenbroeder. Eileg doorgaans van half april tot half mei, met vervolglegsels tot in juni. Eén broedsel per jaar, meestal 3-5 eieren, broedduur 24-28 dagen, nestjongenperiode 30-35 dagen, jongen na 38-46 dagen vliegvlug en worden daarna nog ca. 5 weken verzorgd (vertrekken vanaf begin augustus uit het territorium).
Bloem H., Boer K., Groen N.M., van Harxen R. & Stroeken P. 2001. De Steenuil in Nederland. Handleiding voor onderzoek en bescherming. Stichting Steenuilenoverleg Nederland (STONE), Roden.
Deze gegevens zijn vrij te gebruiken, mits de bron zoals die in de figuren staat aangegeven en www.sovon.nl worden genoemd.
Disclaimer
SOVON Vogelonderzoek Nederland besteedt de uiterste zorg aan de betrouwbaarheid van de gepubliceerde gegevens en informatie. Deze kunnen aan wijzigingen onderhevig zijn en onjuistheden kunnen voorkomen. Aan de op de website gepresenteerde gegevens en informatie kunnen geen rechten worden ontleend. SOVON Vogelonderzoek Nederland, incluis haar directe bronhouders (aanleveraars van de gegevens), aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van gegevens of informatie zoals vermeld op deze website.