Meetnet Slaapplaatsen Veel vogelsoorten houden er buiten het broedseizoen gemeenschappelijke slaapplaatsen op na. Onder slaapplaats wordt verstaan een vaste locatie waar vogels uit de omgeving zich concentreren om gezamenlijk te slapen. Binnen de reguliere monitoringsprojecten van SOVON is informatie over slaapplaatsen nooit verzameld. In sommige gevallen vormen ze evenwel een belangrijke bouwsteen voor het vaststellen van de omvang van de in Nederland verblijvende populatie of zijn ze van belang bij de monitoring van Natura 2000-gebieden. Kennis omtrent de ligging van slaapplaatsen en de aantallen vogels die er overnachten is ook vanuit andere gezichtspunten belangrijk, zowel vanuit beleid, wetgeving als bescherming. Opzet meetnet In Nederland zijn er zo’n 80 vogelsoorten die gebruik maken van gemeenschappelijke nachtelijke slaapplaatsen. In principe zijn gegevens gewenst van al deze soorten, en deze kunnen ook allemaal via de website worden doorgegeven. Vanaf winter 2009/2010 wordt voor een selectie van gebieden en soorten simultane tellingen gestart. Het gaat om Natura 2000-gebieden die mede zijn aangewezen op grond van hun gebiedsfunctie als slaapplaats, in totaal 56 gebieden verdeeld over 19 soorten: Aalscholver, Grote Zilverreiger, ganzen, zwanen en een viertal steltlopers (Scholekster, Kemphaan, Grutto, Wulp). Omdat we de seizoensmaxima van deze soorten in deze gebieden willen weten zullen de tellingen uitgevoerd worden in de piekperiode van de soorten. Waarnemers die buiten deze Natura 2000-gebieden willen aanhaken zijn eveneens welkom omdat we ook beter zicht willen krijgen op wat er elders aan belangrijke slaapplaatsen aanwezig is. Tevens zullen er jaarlijks een paar niet-Natura 2000-soorten meeliften met het meetnet. Voor 2009-2010 zijn dat Halsbandparkiet en Huiskraai. De organisatie van het telproject is verdeeld over regiocoördinatoren die ieder een aantal provinciën onder hun hoede hebben. De algehele coördinatie is in handen van een . Hoe tellen De werkwijze in het veld staat beschreven in een speciale handleiding. Het veldwerk voor een slaapplaatstelling valt in twee onderdelen uiteen: het lokaliseren van slaapplaatsen en het tellen van slaapplaatsen. De richtlijnen in de handleiding zijn van algemene aard. Hoe meedoen Iedereen kan meedoen aan dit Meetnet Slaapplaatsen. De vereiste ervaring verschilt sterk per soort. Alle informatie is welkom, van het vermoeden van de ligging van een slaapplaats tot deelname aan de structurele simultaantellingen. De organisatiestructuur van de telling is zo opgezet dat je via de online invoer alle informatie kunt vinden. Dat betekent dat je eigen gevonden slaapplaatsen kunt claimen, maar ook inzicht kan krijgen in vacante gebieden. De invoer is zo ontworpen dat het ook mogelijk is om historische gegevens van slaapplaatsen in te voeren. Landelijke coördinatie Regionale coördinatie | Zeeland, Zuid-Holland | | | Noord-Holland, Utrecht | | | Friesland, Groningen | | | Drenthe, Overijssel | | | Gelderland, Flevoland | | | Limburg, Noord-Brabant | | Ga naar de online invoer van slaapplaatstellingen Ga naar handleiding slaapplaatstellingen Ga naar de teldata van de slaapplaatstellingen Ga naar de Natura 2000-gebieden die mede zijn aangewezen op grond van hun bijzondere betekenis als slaapplaats Ga naar de aankondiging van de slaapplaatstellingen van steltlopers
|