Broedsucces en conditie van algemene moerasvogels Moerasvogels zijn in Nederland sterk achteruitgegaan. Voor een goede bescherming is kennis van de relatie tussen de kwaliteit van moerashabitats en conditie en broedsucces van moerasvogels essentieel. In dit project is in opdracht van Vogelbescherming Nederland een analyse naar deze relaties uitgevoerd. Hiervoor zijn de gegevens van het Constant Effort Sites (CES) project gebruikt. Van 26 locaties zijn habitatkarakteristieken verzameld, die gerelateerd zijn aan het aandeel juvenielen dat per locatie gevangen is, als maat voor het broedsucces, en de conditie van de gevangen vogels. Analyses zijn uitgevoerd voor Blauwborst, Rietzanger, Bosrietzanger, Kleine Karekiet en Rietgors. Slechts voor een beperkt aantal habitatkenmerken zijn heldere relaties met het broedsucces dan wel de conditie van de gevangen vogels vastgesteld. Uit de resultaten blijkt een positieve invloed van waterpeilfluctuaties op de conditie van alle soorten. Alleen Kleine Karekiet haalt in terreinen met een groot aandeel natte biotopen, bij voorkeur verruigd riet, een hoger broedsucces. In gebieden met een groot aandeel gemaaid riet hebben Kleine Karekiet en Blauwborst een lagere conditie, maar Rietzangers een hogere conditie. Uitbreiding van de gegevensreeksen zal de mogelijkheden om jaarvariaties uit te sluiten vergroten en de mogelijkheid geven ook schaarsere soorten als Baardman te analyseren. In combinatie met meer gedetailleerde habitatbeschrijvingen van de locaties, biedt dit goede mogelijkheden om in de toekomst alsnog meer inzicht te verkrijgen in de habitatvereisten van moerasvogels met behulp van CES-gegevens. Contactpersoon: , Rapportage Broedsucces en conditie moerasvogels
|