Home > SOVON > Stages

 

Stages

Regelmatig zijn er stageplekken bij SOVON. Wanneer je inhoudelijke vragen hebt over één van onderstaande projecten of over de periode waarin het mogelijk is die stage te lopen stuur dan een mail aan de contactpersoon die genoemd staat bij het desbetreffende project. Ieder project heeft een contactpersoon die je alles kan vertellen over dat specifieke project.
Wil je meer algemene informatie over stages bij SOVON of wil je een open stage sollicitatie sturen, mail dan naar .

Voor de volgende onderwerpen zoeken we stagairs:

Waterpeil, graslandstructuur en Grutto’s
Habitatgebruik Ooievaars
Profiteert de Nachtzwaluw van een toename van nachtvlinders?
In hoeverre worden resultaten van vogeltellingen beïnvloed door verschillen tussen waarnemers?
Grauwe Ganzen in de Gelderse Poort
Broedende Grauwe Ganzen in de Gelderse Poort
Grauwe Ganzen in De Deelen, Friesland

Waterpeil, graslandstructuur en Grutto’s

Algemeen
Weidevogels gaan de laatste jaren hard in aantal achteruit ondanks de vele beschermingsmaatregelen die worden getroffen door boeren, vrijwilligers en terreinbeheerders. Uit eerder onderzoek is duidelijk geworden dat vooral de overleving van de kuikens te laag is. Belangrijke vragen zijn dan waardoor die kuikenoverleving zo laag is. Een van de deelprojecten in het project ‘Sturende factoren weidevogelpopulaties’ is onderzoek naar het effect van graslandstructuur op de groei van gruttokuikens.

Aanpak
Het onderzoek vindt plaats in een experimentele setting waarbij kuikens in verschillende soorten grasland worden losgelaten. Naast waarnemingen aan de kuikens zelf over bijv. voedselopname en groei, worden metingen aan de graslandstructuur uitgevoerd en monsters verzameld om het insectenaanbod in de vegetatie te bepalen. Buiten de experimenten worden de kuikens in een afgesloten ren gehouden.

Werkzaamheden

  • Waarnemingen verrichten aan de kuikens
  • Metingen aan de graslandstructuur
  • Mee helpen verzamelen van insectenmonsters
  • Verzorgen van de kuikens tijdens en buiten de experimenten
  • Analyseren van de verzamelde gegevens
  • Bijdragen aan de rapportage

Periode en duur
Het project dient uiterlijk 1 mei te starten, maar eerder behoort tot de mogelijkheden. Het einde van de veldperiode is vermoedelijk eind juni. De totale duur van de stage bedraagt minimaal drie maanden en maximaal zes maanden.

Wie kunnen meedoen?
We zijn voor dit project op zoek naar HBO- of WO-studenten in de ecologische richting. Op de onderzoekslocatie zal een caravan worden geplaatst om te overnachten. In het project wordt ook samengewerkt met Alterra en Bureau Altenburg & Wymenga en zijn ook al andere studenten betrokken.

Heb je interesse en wil je meer weten over dit project neem dan contact op met (024 7410410).

Habitatgebruik Ooievaars

Om het habitatgebruik van Ooievaars te bepalen zijn afgelopen voorjaar drie Ooievaars uitgerust met GPS-loggers. Met deze loggers is heel nauwkeurig te bepalen waar de Ooievaar zich op elk moment van de dag bevindt. De Ooievaars zijn intussen vertrokken naar warmere streken, maar hebben een mooie set aan gegevens achtergelaten die nog geanalyseerd moet worden. Het gaat om ruimtelijke analyses in ArcView/ArcGIS, waarbij de locatiegegevens van de Ooievaars over een landgebruikskaart worden gelegd. Hieruit kan de homerange van deze Ooievaars worden bepaald mbv kernels en de voorkeur van Ooievaars voor bepaalde typen landgebruik.

Voor dit afstudeerproject zijn wij nog op zoek naar geïnteresseerde studenten die bij voorkeur ervaring hebben met ruimtelijke analyses in ArcView/ArcGIS. Dit project kan per direct van start gaan en zal 4-5 maanden duren (korter kan ook, maar dan wordt het onderwerp en de werkzaamheden aangepast).

Werkzaamheden:

  • Digitaliseren gegevens landgebruik
  • Analyseren data
  • Schrijven verslag
Voor meer informatie over dit project: .

Profiteert de Nachtzwaluw van een toename van nachtvlinders?

Achtergrond
De Nachtzwaluw is een karakteristieke broedvogel van stuifzanden, heidevelden en open naaldbos op de zandgronden van Nederland. De laatste jaren nemen op sommige heidelocaties de aantallen broedparen explosief toe. De reden voor deze locale toename is niet duidelijk. In 2008 is in het Leenderbos en op de Strabrechtse Heide, nabij Eindhoven een veldstudie gestart naar terreingebruik, broedbiologie en voedsel om de factoren die het voorkomen van deze soort beïnvloeden te ontrafelen. Met deze kennis hopen we de soort te kunnen beschermen. Bij dit onderzoek is er geregeld plaats voor stagiair(e)s.
Zie ook informatie op de Nachtzwaluwpagina

Methode
In de onderzoeksgebieden in Noord-Brabant zullen in verschillende terreintypen adulte nachtzwaluwen en hun nesten gedurende het broedseizoen worden gevolgd om het broedsucces te bepalen in relatie tot voedselaanbod. Hiertoe zal tevens een dieetanalyse plaatsvinden en de talrijkheid van de prooisoorten (nachtinsecten) worden gemonsterd. Van de vastgestelde prooien zullen de aantalstrends worden berekend m.b.v. het Landelijk Bestand Vlinders (in beheer bij De Vlinderstichting).

De stagewerkzaamheden zullen bestaan uit (één of meerdere van) de volgende onderdelen:

  1. Het volgen van gezenderde Nachtzwaluwen om te bepalen waar de vogels hun voedsel verzamelen
  2. Het vangen van nachtvlinders en andere nachtactieve insecten door middel van lichtvallen en malaise-vallen
  3. Het analyseren van dieet van jonge nachtzwaluwen
  4. Analyse en determinatie van de verzamelde insecten
  5. Rapportage resultaten
Nachtzwaluw op nest, traceren gezenderde vogel en vangen nachtvlinders (foto’s: Peter Eekelder)

Interesse?
Heb je interesse in deze bijzondere stage? We zijn op zoek naar stagezoekers en afstudeervakkers op HBO- of WO-niveau. Kennis van ecologie en statistiek is praktisch. Het veldonderzoek zal moeten plaatsvinden tussen half mei en september en zal voor een voor een deel ’s nachts plaatsvinden (m.n.volgen gezenderde vogels). Het onderzoek wordt uitgevoerd door SOVON Vogelonderzoek Nederland, De Vlinderstichting en de Radboud Universiteit Nijmegen.
Heb je nog vragen, neem dan contact op met:

  • , SOVON Vogelonderzoek Nederland: 024-7 410 410

In hoeverre worden resultaten van vogeltellingen beïnvloed door verschillen tussen waarnemers?

Er is in toenemende mate aandacht voor de kwaliteit van vogeltellingen, en de wijze waarop de gegevens bewerkt worden om te komen tot betrouwbare trends in aantallen en tot populatieschattingen. Eén aspect is de afgelopen jaren wat naar de achtergrond geraakt: de variatie in telresultaten die wordt veroorzaakt door verschillen tussen waarnemers. Van wadvogeltellingen is bijvoorbeeld bekend dat de telafwijkingen van een individuele groep steltlopers tussen verschillende tellers aanzienlijk kunnen zijn, maar ook dat deze verschillen bij opschaling naar grotere gebiedseenheden veel beperkter zijn. In deze stage wordt eerst een overzicht gemaakt van wat er al bekend is over tussen-tellervariatie in de literatuur, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de verschillende telmethoden die door SOVON worden gehanteerd, zoals watervogeltellingen, punttellingen en territoriumkarteringen. Daarnaast kan tijdens de stage desgewenst ook veldwerk worden uitgevoerd, waarbij de tellervariatie wordt gekwantificeerd door middel van het uitvoeren van 'schaduwtellingen', simultaantellingen op momenten dat ook een andere teller in hetzelfde gebied actief is. Ook kan tijdens de stage aandacht worden besteed aan andere toevalsfactoren die telresultaten beïnvloeden, zoals het moment waarop de tellingen worden uitgevoerd. Deze kennis zal leiden tot een beter begrip van de 'achtergrondruis' in telgegevens en daarmee bijdragen aan een betrouwbare interpretatie van de resultaten in relatie tot natuurbeleid en -beheer.

Duur en periode: 3-6 maanden, start op ieder moment

Contactpersoon SOVON:



Grauwe Ganzen in de Gelderse Poort

In de Ooijpolder zijn veel Grauwe Ganzen in het broedseizoen voorzien van halsringen. Dit materiaal leent zich voor het analyseren van de maandelijkse overlevingskans. Dit kan in verband worden gebracht met winterweer, jachtdruk en voedselaanbod..

Duur en periode: minimaal enkele maanden, start in overleg

Contactpersoon SOVON:


Broedende Grauwe Ganzen in de Gelderse Poort

Sinds 1997 wordt de broedpopulatie Grauwe Ganzen in de Groenlanden (Ooijpolder) intensief gevolgd. Om te kijken hoe representatief deze steekproef is, is het van belang ook op andere plekken te kijken hoe het broedproces zich voltrekt. Dat kan door bijvoorbeeld in een ander deel van de Gelderse Poort de plaatselijke broedvogels te volgen.

De bedoeling is dat nesten van broedende vogels intensief gevolgd worden. Ook de ontwikkeling van de jongen wordt vastgelegd. Broedsucces en overleving van de kuikens wordt vergeleken met de langjarige studie in de Ooijpolder. Een en ander zal vastgelegd dienen te worden in een verslag, waarin de consequenties voor de populatieontwikkelingen ter plekke worden uitgewerkt.

Duur: ± 6 maanden in de periode begin/half februari - juli/augustus.

Contactpersoon:


Grauwe Ganzen in De Deelen, Friesland

Sinds 2007 wordt onderzoek gedaan aan het wel en wee van de Grauwe Ganzenpopulatie in het laagveenmoeras De Deelen ten noorden van Heerenveen. Doel is om meer inzicht te krijgen in factoren die van invloed zijn op de jongenproductie van de populatie. Als pilot is hier in 2008 een raster geplaatst met als doel er voor te zorgen dat de families met kleine jongen niet meer bij de boeren op het eiwitrijke gras kunnen foerageren.

2009 is het laatste jaar van de pilot. De bedoeling is dat de overleving van de ganzenkuikens in het gebied wordt vastgelegd. Daarnaast zullen grasmonsters genomen en geanalyseerd worden. Hiermee kan het effect van graskwaliteit op de overleving beschreven worden.

Aan het eind van de stage wordt een rapport geschreven waarin naast de resultaten van het veldwerk in 2009 de ervaringen van de jaren 2007-2009 worden geanalyseerd.

Duur: ±6 maanden in de periode februari – augustus 2009.

Contactpersoon:

 
Naar boven Oproepen-RSS | Nieuws-RSSWat is RSS?Disclaimer | Colofon  
 


foto: Laura Hondshorst


foto: Laura Hondshorst