Home > Monitoring > Reproductie & overleving > Nestkaarten

 

Nestkaartenproject

Monitoring van nesten en nestkaarten
Het nestkaartenproject richt zich op het verzamelen van lotgevallen van nesten. Informatie over legdata, legselgrootte en nestsucces, en eventuele redenen van mislukken van nesten, vormen de belangrijkste ingrediënten van het project. Het Nestkaartenproject is vooral iets voor gevorderde vogelaars, die weten hoe ze te werk moeten gaan en die een grote soortenkennis hebben. Het lukraak zoeken van nesten kan immers gemakkelijk tot verstoring leiden! Sinds 1995 zijn inmiddels meer dan 460.000 nestkaarten verzameld. Vooral van weidevogels, holenbroeders, roofvogels en uilen is relatief veel informatie bekend, mede omdat deze soortgroepen ook via andere landelijke organisaties worden gevolgd, bijvoorbeeld roofvogels door de Werkgroep Roofvogels Nederland en weidevogels in het weidevogelonderzoek. Van veel soorten zangvogels, waar nesten zoeken meer tijd vergt, zijn de gegevens vaak afkomstig van enkele gebieden of enkele waarnemers. Het Nestkaartenproject is onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring. Organisatie van het project vindt plaats in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Hoe meedoen
Vogelaars met een goede soorten- en gedragskennis worden opgeroepen een bijdrage te leveren aan het Nestkaartenproject. Om de inspanningen enigszins te sturen zijn een 30-tal soorten geselecteerd die een hoge beschermingswaarde hebben of een goede indicator zijn van een bepaalde soortgroep of habitat. Hieronder vallen ook een aantal soorten die met een speciaal reproductiemeetnet in de Waddenzee worden gevolgd.
Alvorens nesten te gaan zoeken, dien je je eerst als deelnemer aan het Nestkaartenproject aan te melden via SOVON ( ). Je krijgt dan per post een registratiebewijs toegestuurd, waarmee je in het veld kunt laten zien dat je medewerker bent van het Nestkaarten­pro­ject, op basis waarvan een onthef­fing op de verboden, genoemd in artikel 10, 11 en 12 van de Flora en faunawet niet nodig is, mits je je houdt aan de in het registratiebewijs genoemde voorwaarden.
Gegevens voor het nestkaartenproject kunnen worden ingevoerd met een speciaal invoerprogramma of via (papieren) nestkaarten. Het invoerprogramma biedt ook de mogelijkheid de eigen gegevens te analyseren. Medewerkers aan het Nestkaartenproject worden geregeld voorzien van een speciale nieuwsbrief.

Landelijke coördinatie:
(landelijke coördinatie)
(reproductiemeetnet Waddenzee)
(project coördinatie)

Handleidingen en formulieren
Voor de Handleiding van het Nestkaartenproject, ga naar Handleiding Nestkaartenproject.
Speciaal voor nestkastenonderzoek is er een boekje beschikbaar waarin meerdere nestkaarten zijn gebundeld (nestkastkaarten), heel handig voor in het veld.

Rapportage
Elders op deze website staat een pagina waarop een overzicht van de ontvangen nestkaarten staat. Je kunt per soort bekijken hoeveel nestkaarten er zijn uit de verschillende jaren en waar in Nederland de nestkaarten vandaan komen.
Bijdragen over de resultaten van het Nestkaartenproject verschijnen geregeld in SOVON-Nieuws en in Broednieuws.
Meer informatie over vervroeging van de eileg bij zangvogels, een indicator voor klimaatverandering van de Rijksoverheid, is te vinden op www.milieuennatuurcompendium.nl en op pagina 21 van Vogelnieuws 2009(4).
Een mooi voorbeeld van de toepassingsmogelijkheden van nestonderzoek, zoals dat onder de vlag van het Nestkaartenproject plaatsvindt, zijn de bijdragen over Steenuilen i.s.m. STONE, zoals dit rapport over Steenuilen en het artikel in Athene 14(2009): 51-59.
Ook zijn gegevens van ontwikkelingen in broedsucces van Boerenzwaluwen sinds 1992 uitgewerkt. Voor de Gierzwaluw is een uitwerking gemaakt van broedsucces in relatie tot zomerweer.

 
Naar boven Oproepen-RSS | Nieuws-RSSWat is RSS?Disclaimer | Colofon  
 
foto: Peter Eekelder